Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was natuurlijk koren op Lincolns molen en zonder eenige complimenten besloot hij om het aanbod te aanvaarden.

„Waar is uw bed?" vroeg hij aan Speed.

„Vlak boven dezen winkel."

„Accoord, Josua, accoord!" en Lincoln vloog naar boven met zijne twee zadeltasschen. Hij bezag zijne nieuwe woning vluchtig en was spoedig weer beneden. Met een glimlach riep hij zijnen edelmoedigen vriend toe: „Speed, ik ben al verhuisd."

Een ander vriend, die hij in Vandalia had leeren kennen, de heer William Butler, nam den jongen pleitbezorger in den kost voor eene kleine vergoeding.

Het kantoor, boven een meubelwinkel, deelde hij natuurlijk met zijn ouderen en alreeds gevestigden compagnon, den heer Stuart, en zoo begon de nieuwe burger van Springfield zijn nieuwen loopbaan met nieuwen moed en onder geen al te ongunstige vooruitzichten.

In den volksmond vindt men allerlei uitdrukkingen die bewijzen dat advocaten in vroegeren tijd menigmaal in slechten reuk stonden. Men spreekt van advocaten-streken en advocaterij, en Tertullus uit de dagen des Nieuwen Testaments wordt meer dan eens beschouwd als een typisch pleitbezorger.

Daarenboven stelt men ze op één lijn met dokters en doodgravers, die van de ellende der menschheid leven.

Hoor slechts deze ontboezeming van Tollens.

„Goddank dat ik een boer ben,

En niet een advocaat:

Krakeel en onrust volgt hem na Hetzij hij zit of staat."

En Huygens schreef alreeds in zijne dagen, in Hollands gouden eeuw:

„Soo gh' aan krackeel gereakt,

Wacht u voor advocaten."

Sluiten