Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelpartij van den jongen winkelbediende. Jack was op dezen tijd alreeds gestorven.

Zijne weduwe had een zoon, die even driftig was als zijn overleden vader en evenzeer een liefhebber van vechtpartijen.

In het jaar 1857 was hij betrokken in een vechtpartij, waarin een van de deelhebbers werd doodgeslagen met een zwaren stok.

William D. Armstrong, de zoon van Jack, werd beschuldigd van het plegen van deze misdaad. En het scheen of het hem kwalijk zou gaan.

Want, hoe sterk hij ook zijne onschuld betuigde en bewees dat hij tevoren geen vijand van den verslagen man was geweest, het hielp heel weinig, daar een der getuigen met grooten nadruk verklaarde dat hij met eigen oogen gezien had dat William Armstrong den doodelijken slag had toegebracht.

De arme weduwe, haar naam was Hannah, was ten einde raad en zij vreesde zeer dat haar zoon het met den dood zou moeten bekoopen.

Daar dacht zij aan den vriend van haar overleden man. Zij begaf zich naar Springfleld en smeekte Lincoln voor haar zoon te pleiten. Hij was dadelijk gereed om voor haar te doen wat hij kon. Hij bewerkte dat het geding in een andere stad voor het gerecht kwam, om vooroordeel onder de leden der jury te voorkomen.

Doch toen de zaak wederom bepleit werd, maakte groote bezorgdheid zich van den advocaat meester, want de straks genoemde getuige beweerde ook nu weer sterk en stout dat hij zelf had gezien dat Armstrong den man had gedood.

Lincoln peinsde en peinsde om het getuigenis te ontzenuwen, want hij was er van overtuigd dat de aanklager loog en dat Armstrong vrijuit behoorde te gaan. Hij besloot om zijn uiterste best te doen in het uithooren van den getuige.

„Hoe laat was het dat William den verslagene doodde?" vroeg Lincoln.

„Des avonds tusschen tien en elf uur, mijnheer", was het -antwoord.

Sluiten