Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij de panden van zijne jas wat op en vertoonte een scheur in zijn pantalon.

Lincoln schreef direct een petitie, behelzende een verzoek om wat af te zonderen voor den armen ambtsbroeder, wiens kleed zoo noodig moest hersteld worden, en toen het briefje van hand tot hand ging onder al de rechters en advocaten, die allen begonnen te glimlachen, wist de pleiter niet wat toch al dat veelbeteekenend lachen en op hem staren beduidde en geraakte ten slotte de kluts kwijt. Gelukkig, de zaak waarom het ging beteekende niet heel veel, anders ware dit grapje zeker niet te verdedigen.

Maar welke geschiedenissen Lincoln ook voortbracht, en hoe hij zijn hoorders ook deed lachen, het getuigenis van die hem hoorden is eenparig, dat wat hij vertelde nimmer een onzekelijke strekking had, gelijk zoovele „stories", maar meest leerzaam was van aard, en dat zegt heel wat.

Grappig was Lincoln soms zelfs in zijne rechtsgeleerde adviezen. Eene firma uit New York vroeg hem eens haar te melden hoe het er bij stond met de bezittingen van een zekeren man in Springfield, dien we maar mijnheer Blank zullen noemen.

Onze geestige advocaat antwoordde in dezer voege:

„Ik ben wel bekend met den heer Blank en zijne omstandigheden. Vooreerst bezit hij eene vrouw en een klein kind; die beiden zijn hem zeker wel vijftig duizend dollars waard.

Ten tweede, heeft hij een kantoor waarin een tafel is die één dollar en een half waard is, en drie stoelen van ongeveer een

dollar per stuk.

Ten slotte heeft hij in een van de hoeken van zijn kamer een groot rattengat, dat wel de moeite waard is om er eens in te kijken.

Met hoogachting,

A. LINCOLN."

Dat hij zelfs geen dier kwaad zou doen maar veeleer helpen, zoo hij kon, meldden we reeds in een vorig hoofdstuk. Een ander

Sluiten