Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lincoln sprak allerwege in Illinois. Op zekeren keer, toen hij in een der zuidelijke county's van zijn staat optrad, was een van zijne toehoorders zoo brutaal om hem toe te voegen: „Is het waar, mijnheer Lincoln, dat U barrevoets dezen staat zijt binnen gekomen, een paar ossen drijvend?" Lincoln aarzelde eerst of hij den onbeschaamden vrager al of niet te woord zou staan. Maar met zijn buitengewone tegenwoordigheid van geest, had hij al spoedig een krachtig antwoord gereed.

„Tot uw dienst, mijnheer", riep hij uit, „ik zou U dat kunnen bewijzen door wel een dozijn getuigen in deze vergadering en elk hunner is meer respectabel dan gij zijt". Of de onbeschaamde rekel ook op zijn neus keek! Maar daarmede was de zaak nog niet uit. Gevat als Lincoln was, maakte hij juist uit dit onverwacht incident een pleitrede voor de afschaffing der slavernij. „Ja mijne hoorders", zoo sprak hij, „arm als de armste, en onwetend als de onwetendste, kwam ik in Illinois aan. Doch ziet wat de vrijheid van dezen staat van mij heeft gemaakt. En ziet daarentegen in het Zuiden hoe de lijfeigenschap zwarten en blanken ten onder houdt. Is het dan niet eene natuurlijke zaak dat ik tegen de slavernij ijver en haar haat, en hijgend verlang naar de uitroeiing van dien gruwel?"

„Ja, ik' zal vóór de vrijheid en tegen de slavernij spreken, zoolang onze Grondwet het vrije woord toelaat, tot ten slotte overal in ons ruim land de zon zal schijnen en de regen vallen en de wind waaien op geen enkel mensch die uitgaat tot onbeloonden arbeid."

Dat waren echt welsprekende woorden, niet waar, lezer?

De politieke veldtocht van 1856 was vol van allerlei hatelijkheden.

Waar de voorstanders der slavernij geen beter argumenten hadden tegenover hunne opponenten, gebruikten zij deleelijkste uitdrukkingen, die maar te bedenken waren, om de Republikeinen in een kwaad daglicht te stellen. Frémont was de eerste geweest die, aan het hoofd eener expeditie, de groote vlakten

Sluiten