Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Washington en op 6 Maart 1857 werd de beslissing hierover publiek gemaakt.

Over twee zaken deden de rechters uitspraak. Allereerst over de vraag of Dred Scott een burger was der Vereenigde Staten en als zoodanig recht had om een rechtszaak aanhangig te maken, in een van de gerechtshoven der Unie.

En ten tweede, of Scotts verblijf op vrijen grond hem vrij had gemaakt.

De hoofdrecliter Taney wijdde, er over uit, dat, toen de Constitutie werd aangenomen, de negers geene rechten bezaten, die de blanken behoefden te respecteeren. Want zij waren niet begrepen in den naam „burger", zooals de Grondwet des lands dien term opvatte. Derhalve was ook Dred Scott geen burger van den staat Missouri en dies niet gerechtigd tot beroep op de gerechtshoven des lands.

Wat het tweede punt aanging, beweerde de rechter dat de aanklager niet vrij was geworden door zijn verblijf in Illinois en evenmin door zijn vertoeven in een noordelijk territoor, want, zoo werd er beslist — en daarop mag alle nadruk worden gelegd — de handeling van het Congres in 1820, de Missouri Compromise (zie Hoofdstuk IX) was ongrondwettig en krachteloos Het Congres had geen recht om burgers te verbieden slaven te houden in grondgebied dat ten noorden lag van de breedtegraad 36.30, de zuidelijke grens van den staat Missouri.

Zes van de acht opperrechters stemden in deze uitspraak met elkander in.

Binnen korten tijd was beel het Noorden in rep en roer.

Dit was nog veel erger dan de gehate Kansas-Nebraska bill van senateur Douglas, waarvan we in afdeeling XI spraken.

Dat wetsontwerp deed de deur open voor de slavernij in een beperkt grondgebied, en dan alleen indien de meerderheid der bevolking er voor stemde. Maar nu had het Oppergerechtshof uitgesproken dat elk slavenhouder het grondwettig recht had om zijne negers allerwege te brengen op het publiek domein,

Sluiten