Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenals men zijn hoornvee en paarden overal heen kon vervoeren.

Velen in het Noorden spraken het onverholen uit, dat een partijgeest zich had meester gemaakt van het Hooggerechtshof •en dat het tijd was om het te reorganiseeren. Telkens werd de vrees geuit dat de opperrechters het land erop voorbereidden om straks de slavernij eene nationale instelling te maken, over het gansche land verspreid, en niet langer, zooals thans, tot het Zuiden beperkt.

Deze overtuiging dreef eene groote menigte in de armen der Republikeinsche partij, die het woord had verpand om alle uitbreiding der slavernij op vrij grondgebied tegen te staan.

En te meer had zulks plaats toen de Senaat zijn instemming betuigde met de „Dred Scott uitspraak."

In het Zuiden echter werd er luide gejubeld dat de Hoogste Rechtbank der natie aan de slavenhouders zulke ruime rechten schonk.

Vooral versterkte deze actie de voorstanders der slaverij in Kansas.

Daar was middelerwijl weer heel wat voorgevallen.

De „grenzenwoestaards" hadden het zoo ver gekregen met het vrije element van de stembussen weg te houden, dat zij een zoogenaamde Wetgevende Vergadering konden beleggen te Lecompton.

Deze stelde eene constitutie op, die de slavernij wettigde.

De „Vrijstaatmannen" weigerden natuurlijk om deze vergadering en haar werk te erkennen. Te Topeka belegden zij eene groote volksvergadering en formeerden een grondwet, die de lijfeigenschap verbood.

Voortaan werden de politici verdeeld in Lecompton- of AntiLecompton-lieden, al naar dat zij de slavernij in Kansas voorof tegenstonden. De Topeka-constitutie werd door het volk van Kansas met groote meerderheid van stemmen aangenomen, en spoedig koos men de hooge ambtenaars door de nieuwe grondwet vereischt.

Beide ontwerpen werden naar Washington gezonden om de

Sluiten