Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijvenden vrede verkregen en bewaard kan worden onder onszelven en met al de volkeren der aarde!"

Toen ten slotte de vrede nederdaalde, was er groote blijdschap in het hart van den president en groote tranen biggelden op zijn met diepe vorens zoo doorploegd gelaat, toen hij een paar dagen na de inneming van Richmond, die voormalige hoofdstad der Confederatie binnenreed, en tienduizenden dankbare zwarten zich verdrongen om hem, hun grooten bevrijder, te begroeten, toe te jubelen, en allerlei hartelijke zegebeden over zijn hoofd van den hemel af te smeeken.

Dat was een der schoonste dagen van zijn vaak zoo smartelijk leven.

Toen hij van het oorlogsveld terugkeerde, had de stad Washington hem eene inkomst bereid, zoo schoon als nimmer te voren.

Ook het Noorden juichte hem toe, luider dan ooit in het verleden.

Zijne goede vrouw voegde hij in die dagen toe: „Wij hebben een moeilijken tijd doorleefd sinds we te Washington kwamen, maai nu de oorlog over is zullen we, met Gods zegen, mogen hopen op vier jaren van geluk. Daarna gaan we terug naar Illinois, om onze dagen in vrede te slijten."

Hij was nog slechts vier en vijftig jaren oud, maar hij gevoelde zich soms afgeleefd en uitgeput.

Geen wonder, want welk een vreeselijke verantwoordelijkheid had er niet vier lange, bange, jaren op zijne schouders gelegen!

En te meer was die last zoo onnoemelijk zwaar voor hem, omdat bij, die een man van staal scheen en den bloedigsten oorlog van den nieuwen tijd met groote onverzettelijkheid en taaie volharding doorzette, hoe duur ook de triomf werd betaald, toch in zijn binnenste teergevoelig was als een kind en een menschlievend hart bezat, als slechts zeer weinigen van de grooten der aarde openbaarden.

Dat bewees hij vooral in zijn omgang met kinderen en jongelieden. Hij had zijn baard laten groeien, speciaal op verzoek van een

Sluiten