Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 4. (1) Schepen, komende met het doel om te iaden, te lossen, passagiers in te 'nemen of te ontschepen of om gesloopt te worden, zijn verplicht eene ligplaats in te nemen binnen de grenzen der reede, tenzij de Havenmeester anders vergunne of bevele, of bizondere voorschriften, wegens den toestand van het schip of wegens den aard van de lading, anders bepale.

(2) Een schip, dat in brand staat of dat in gevaar van zinken verkeert, mag niet ter reede komen, doch moet door den Gezagvoerder worden gebracht op eene door den Havenmeester aan te wijzen plaats.

(3) De schepen, welke om de in het eerste of tweede lid van dit artikel genoemde redenen eene ligplaats buiten de reedegrenzen innemen, zijn eveneens onderworpen aan de voorschriften van dit reglement.

ART. 5. (1) De Havenmeester is bevoegd aan ter reede komende schepen de in te nemen ligplaatsen aan te wijzen en aan ter reede liggende schepen te bevelen van ligplaats te veranderen.

(2) De Gezagvoerders zijn verplicht aan de daartoe strekkende bevelen van den Havenmeester onverwijld te gehoorzamen.

(3) Ter reede liggende schepen mogen, behoudens de gevallen van brand en gevaar van zinken, niet van ligplaats veranderen, dan krachtens vergunning van den Havenmeester.

ART. 6. (1) Zoodra een schip op of nabij eene reede eene ligplaats heeft ingenomen, zendt de Havenmeester den Gezagvoerder ter invulling een praaibrief, overeenkomstig het door den Commandant der Zeemacht, Chef van het Departement der Marine in Nederlandsch-Indië, vastgesteld model.

(2) De Gezagvoerder is verplicht den praaibrief na ontvangst onverwijld, volledig en naar waarheid, in te vullen en eigenhandig te onderteekenen.

(3) De praaibrief wordt aangeboden in de Nederlandsche, Fransche, Engelsche, Duitsche of Maleische taal, ter keuze van

den Gezaghebber.

(4) Dit voorschrift is niet van toepassing op schepen, welke op een jaarpas varen, en op vlotten, visschersvaartuigen, binnenschepen en vaartuigen, minder dan 3 M3 netto metende.

ART. 7. (1) De Gezagvoerder van een op een zeebrief varend schip is verplichtte zorgen, dat uiterlijk op den dag —of, zoo die een Zondag is, uiterlijk op den tweeden dag —na aankomst de scheepspapieren aan den Havenmeester in bewaring worden gegeven.

Sluiten