Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of schriftelijke vergunning tot vertrek, doch zulks alleen mét verlof van den Havenmeester.

Art. 9. (1) De Commandant der Zeemacht en Chef van het Departement der Marine in Nederlandsch-Indië, kan aan schepen vrijstelling verleenen van de in artikel 7 en 8 genoemde voorschriften onder door hem nader vast te stellen voorwaarden.

(2) De verleende, gewijzigde of ingetrokken vrijstellingen zullen in de Javasche Courant worden bekend gemaakt.

ART. 10. (1) Behoudens het lossen van seinschoten door een schip bij aankomst of vertrek en van saluutschoten, is het verboden op eene reede met vuurwapens te schieten of vuurwerk te ontsteken, anders dan krachtens vergunning van den Havenmeester.

(2) Het lossen van seinschoten in de onmiddellijke nabijheid van schepen of van bewoonde plaatsen is verboden.

ART. '11. (1) Bij het ontstaan van brand aan boord van een schip ter reede moet de Gezagvoerder van het brandend schip onverwijld bericht zenden aan den Havenmeester en alles in het werk stellen om zijn schip buiten de reede te brengen en uit de nabijheid van andere schepen te houden.

(2) De Gezagvoerders der ter reede liggende schepen, die eene sloep aan boord hebben, zenden ieder minstens één goed bemande en zooveel mogelijk met bluschmiddelen voorziene sloep naar het brandend schip.

(3) De sloepen staan onder de bevelen van den Havenmeester, die aan de bemanning der sloepen beveelt al datgene te verrichten, wat door hem in het belang der veiligheid van personen en goederen wordt noodig geacht.

(4) De Havenmeester is bevoegd, rondhouten en touwen te doen kappen en brandende schepen te doen zinken, en voorts, behoudens teruggave aan of schadeloosstelling van den eigenaar, te bevelen, dat door de aanwezige schepen: vaartuigen, trossen en wat dies meer zij beschikbaar worden gesteld.

(5.) Bij brand in een aan den waterkant staand en met sloepen bereikbaar gebouw, zijn de voorschriften van het tweede, derde en vierde lid van dit artikel van toepassing.

ART. 12. (1.) Wanneer ontdekt wordt, dat een schip ter reede in gevaar van zinken verkeert, moet de Gezagvoerder het onverwijld vervoeren naar de door den Havenmeester aan te wijzen plaats, waar het moet blijven, totdat het gevaar voor zinken is weggenomen.

Sluiten