Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van drie dagen tot één maand. Het hoofd van plaatselijk bestuur stelt een door hem geteekend en gedagteekend „gezien" op het hem vertoonde strafregister.

art. 16 tot en met 23 enz. (Art. 18 is gewijzigd bij Stbl. 1874 no. 135 en art. 23 bij Stbl. 1891 no. 215 en 1900 no. 141.)

Slotartikel.

De voorschriften dezer ordonnantie hebben alleen betrekking op schepen en vaartuigen, op Europeesche wijze getuigd, welke ingevolge de wettelijke bepalingen van een NederlandschIndischen zeebrief moeten voorzien zijn 1).

De op die schepen en vaartuigen als schipper, scheepsofficier of scheepsgezel dienstdoende inlanders zijn onderworpen aan de voorschriften van den vierden titel van het llde boek van het Wetboek van Koophandel, daarvan uitgezonderd de woorden : „en de verdere scheepsgezellen eene maand der gage" voorkomende aan het slot van den eersten volzin van artikel 398 .

C. MAATREGELEN tot handhaving van orde en tucht onder de Inlandsche schepelingen aan boord der stoomschepen, welke gebezigd worden tot bestrijding van den opiumsluikhandel en aan boord der schepen van de bebakening, van de kustverlichting en van het haven- en loodswezen.

Staatsblad 1900 No. 192.

DE GOUVERNEUR-GENERAAL VAN NEDERLANDSCH-INDIË doet te weten:

Dat Hij, nader wenschende te voorzien in de maatregelen tot handhaving van orde en tucht onder de Inlandsche schepelingen aan boord der stoomschepen, welke gebezigd worden tot bestrijding van den opiumsluikhandel, en zoodanige maatregelen ook wenschelijk achtende ten aanzien van de Inlandsche schepelingen aan boord der schepen van de bebakening, van de kustverlichting en van het haven- en loodswezen.

Lettende op de artikelen 20, 29, 31 en 33 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederl.-Indië ;

Heeft goedgevonden en verstaan:

I. In te trekken de ordonnantie van 6 Februari 1886 (Staatsblad No. 34)

1) Bij Stbl. 1905 no 240 is bepaald, dat Stbl. 1873 nó 119 ook toepasselijk is op de Inlandsche schepelingen aan boord der gewestelijke communicatie- en politievaartuigen, voorzoover die voorschriften niet in strijd zijn met andere voor bedoelde schepelinqen qeldende bepalingen.

Sluiten