Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2. (1) Indien door het karretransport eener onderneming, als bedoeld in artikel 1, beduidende schade is veroorzaakt aan in gemeentelijken dienst onderhouden wegen of daarin gelegen kunstwerken, en de onderneming noch uit eigen beweging, noch op aanschrijving van het Hoofd van plaatselijk bestuur, binnen den daarbij gestelden termijn, ten genoegen van dien ambtenaar, het noodige tot herstel dier schade heeft doen verrichten, is het hoofd van gewestelijk bestuur met goedvinden der betrokken gemeenten, bevoegd te verbieden, dat van de beschadigde- of in het algemeen van dessawegen voor het karretransport ten behoeve der nalatige onderneming gebruik wordt gemaakt.

(2) Dit verbod vervalt, zoodra, blijkens eene door het Hoofd van plaatselijk bestuur aan den belanghebbende, op diens verzoek, uit te reiken verklaring, aan bedoelde verplichting alsnog behoorlijk uitvoering is gegeven.

(3) Het Hoofd van gewestelijk bestuur regelt de wijze, waarop aan de krachtens alinea 1 en 2 te nemen beslissingen de noodige openbaarheid wordt gegeven.

Art. 3. Geschillen omtrent de toepassing van het bepaalde bij de tweede alinea van het vorig artikel worden in hoogste instantie beslist door het Hoofd van gewestelijk bestuur, zoo noodig na ingewonnen advies van den eerstaanwezenden Waterstaatsambtenaar.

ART. 4. Indien gehandeld wordt in strijd met een krachtens de eerste alinea van artikel 2 uitgevaardigd verbod, wordt de eigenaar of beheerder der onderneming, te welker behoeve het transport geschiedde, gestraft met eene geldboete van f 25 (vijf en twintig gulden) tot f 100 (één honderd gulden), tenzij hij kan bewijzen dat de overtreding tegen zijne stellige voorschriften heeft plaats gehad, in welk geval de betrokken karrevoerders strafbaar zijn met dezelfde straf.

Art. 5. Van de toepassing dezer ordonnantie is uitgesloten karretransport binnen de grenzen der residentiën Soerakarta en Djokjakarta en van de „Particuliere landerijen bewesten de Tjimanoek".

No. 5. KEUR tegen het beschadigen van water- en van bevloeiingswerken van openbaar nut. 1)

Staatsblad 1854 No. 95, zooals het is gewijzigd bij Staatsblad 1871 No, 226 en 1904 No. 202.

1) Zie ook no. 6 hierachter, zoomede Nos. 117 en 118.

Sluiten