Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stroomen of rivieren worden aangelegd, als: kribben, dammen, laadhoofden en pijlers van bruggen als anderszins, kan alleen verleend worden door den Gouverneur-Generaal, aan wien het verzoek daartoe wordt gericht onder overlegging van de bij art. 2 genoemde bescheiden.

No. 8. BEPALINGEN omtrent het bouwen, planten, enz.

binnen zekeren afstand van vestingwerken, kampementen enz. in Nederlandsch-Indië.

Staatsblad 1871 No. 181, zooals het is gewijzigd bij staatsbladen 1874 No. 134, 1878 No. 135 en 1893 No. 121.

ART. 1. Tusschen de buitengrenzen van vestingwerken of versterkingen, van militaire kampementen, gebouwen of inrichtingen en de lijnen, in deze verordening verboden kringen ge-, noemd, is het niet geoorloofd te bouwen, houtgewassen te planten of eenig ander werk aan te leggen of tot stand te brengen, dan voor zoover zulks bij verordening is toegestaan of daartoe, overeenkomstig hare bepalingen, vergunning is verleend.

ART. 2 t/m. 11. Enz. 1)

ART. 12. De officieren en opzichters der genie of als zoodanig fungeerenden zijn bevoegd zich met de arbeiders, die hen behulpzaam zijn tot het doen van opsommingen voor de samenstelling van de staten en kaarten, in art. 10 en 11 bedoeld, te begeven op de erven en in de gebouwen, die vermoedelijk binnen de verboden kringen van eenig vestingwerk of versterking gelegen zijn.

De bewoners of gebruikers zijn verplicht de officieren en opzichters der genie of als zoodanig fungeerenden met de arbeiders op de erven, in de gebouwen, door hen bewoond of gebruikt wordende, toe te laten — ook al mochten zij meenen, dat deze niet binnen eenigen verboden kring gelegen zijn, — wanneer tenminste tweemaal vier en twintig uren te voren van wege het hoofd van plaatselijk bestuur aan hunne woningen van de komst van gemelde officieren en opzichters of als zoodanig fungeerenden schriftelijk is kennis gegeven—of wanneer gemelde officieren en opzichters of als zoodanig fungeerenden vergezeld zijn van het hoofd van plaatselijk bestuur of den ambtenaar, die hem vervangt.

Art. 13. Bewoners of gebruikers, die weigeren den toegang, in het vorig artikel bedoeld, te verleenen, worden gestraft met eene geldboete van f 25,— tot f 100.—

1) Art. 10 gewijzigd bij Stbl. 1878 No. 135.

Sluiten