Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 14. Het hoofd van plaatselijk bestuur of de ambtenaar, die hem vervangt, maakt procesverbaal op, wegens de in het vorig artikel vermelde weigering en handelt verder ingevolge de voor den betrokken persoon geldende voorschriften van strafvordering.

ART. 15. De ambtenaar, die overeenkomstig art. 12, de officieren of opzichters der genie of als zoodanig fungeerenden vergezelt, draagt zorg, dat ingeval van weigering van bewoner of gebruiker de noodige middelen, des vereischt ook het verbreken of uit den weg ruimen van afsluitingen of andere beletselen, worden aangewend, om de officieren of opzichters der genie of als zoodanig fungeerenden in staat te stellen de vermelde opnemingen te doen.

Tot die verbreking of wegruiming mag niet worden overgegaan dan tenminste vier en twintig uren nadat de weigerachtige bewoner of gebruiker gesommeerd zal zijn den vereischten toegang tot het gebouw of erf, door hem bewoond of gebruikt, te verleenen.

De schade, uit de verbreking of wegruiming voortgevloeid, blijft ten laste van den weigerachtigen bewoner of gebruiker, die daarenboven aansprakelijk is voor al de kosten, door zijne weigering veroorzaakt.

ART. 16 t/m 42 enz. 1)

ART. 43. De plaatselijke militaire commandant en overige officieren der plaatselijke staven, benevens de eerstaanwezende genie-officieren, zijn bevoegd, teneinde zich te overtuigen, dat geene verrichtingen in strijd met de bepalingen dezer verordening geschieden of geschied zijn, zich te begeven op de perceelen binnen de verboden kringen en in de daarbinnen staande gebouwen.

Art. 44. Wanneer de in het voorgaand artikel vermelde officieren zich op de perceelen en in de gebouwen, in dat artikel bedoeld, begeven, moeten zij vergezeld zijn van het hoofd van plaatselijk bestuur of den ambtenaar, die hem vervangt.

ART. 45. De bewoners of gebruikers der perceelen en gebouwen, in art. 43 vermeld, zijn verplicht de daar genoemde officieren, vergezeld als in art. 44 is gezegd, op de erven en in de gebouwen, die zij in gebruik hebben of bewonen, toe te laten, mits tenminste vier en twintig uren te voren door het hoofd van plaatselijk bestuur van de komst der gemelde officieren schriftelijk zij kennis gegeven.

u-^c-.K,rMo,9Tiizi3d bij StbL 1873 no' 135i art' 22 b'J Stbl- 1874 No. 134 en art. 41 Dij atol. 1893 No. 121.

Sluiten