Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 13. ALGEMEEN POLITIESTRAFREGLEMENT voor de

inlanders in Nederlandsch-Indië.

Staatsblad 1872 No. 111, zooals het is aangevuld en gewijzigd bij Staatsblad 1874 No. 251, 1876 No. 126, 1879 nos. 105 en 203, 1881 No. 97, 1889 No. 215, 1893 No. 228, 1894 No. 286, 1905 No. 144, 1907 No. 8 en 1908 No. 503.

IN NAAM DES KONINGS!

De Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, den Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; allen, die deze zullen zien en hooren lezen, salut! doet te weten :

Dat Hij, in aanmerking nemende de noodzakelijkheid om aan het Koninklijk besluit van 5 Maart 1866 No. 4 (Staatsblad 1870 No. 152), houdende wijziging van artikel 110 van het reglement op de rechterlijke organisatie en het beleid der Justitie in Nederlandsch-Indië, door vaststelling van een algemeen politiestrafreglement ten aanzien van zoodanige feiten, welke niet vallen binnen de wetgevende bevoegdheid der hoofden van gewestelijk bestuur, eene behoorlijke uitvoering te verzekeren; en gebruik makende van de verkregen machtiging des Konings tot buiten werking stelling, voor zooveel noodig, van de instructie voor den hoofdbaljuw van Batavia en den baljuw der Ommelanden (Staatsblad 1828 No. 63) en van het politie-reglement voor de stad en voorsteden van Soerabaia (Staatsblad 1829 No. 8), beide vastgesteld door den commissaris generaal over NederlandschIndië ;

Lettende enz.

Heeft goedgevonden en verstaan :

ART. 1. Het algemeen politiestrafreglement voor de inlanders in Nederlandsch-Indië wordt vastgesteld zoodanig als het gevoegd is bij de tegenwoordige ordonnantie.

ART. 2. Dit reglement treedt in werking op 1 Januari 1873.

ART. 3. Dit reglement is, zoolang daaromtrent niet nader zal zijn voorzien, ook toepasselijk op de inlandsche christenen.

ART. 4. Op het tijdstip der invoering van dit reglement worden afgeschaft de straffen, tegen de daarin omschreven feiten bij andere algemeene verordeningen, reglementen en keuren vastgesteld.

Sluiten