Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 21. Die daartoe niet gerechtigd vee, trek-, last- of rijbeesten heeft laten loopen op eens anders bezaaiden of in den oogst staanden grond.

Binnentreden in eens anders gebouwen.

No. 22. Die, zonder voorkennis en verlof van den eigenaar, bezitter, beheerder of bewoner, gebouwen, schuren of stallingen, zoomede handelsvaartuigen binnen treedt, buiten de gevallen uitdrukkelijk bij de wet voorzien.

Weigering van huiszoeking.

No. 23. Die aan de bevoegde overheid den toegang weigert tot zijne winkels, magazijnen en dergelijke plaatsen, tot zijne vaartuigen, zoomede tot zijne woning en aanhoorigheden, onverminderd de straffen, ingeval van feitelijke wederspannigheid bedreigd.

Aanleggen van schuiten aan eens anders erf.

No. 24. Die van 6 uren des avonds, tot 6 uren des morgens vlotten, prauwen of andere vaartuigen aan of tegen eens anders bewoond erf, huis, steiger of aanlegplaats vastlegt, of aldaar doet overnachten, zonder vergunning van den eigenaar, bezitter, beheerder of bewoner.

De politie zal den overtreder, des noodig met geweld, in de voortzetting van zijn opzet verhinderen.

Goederenvervoer des nachts.

No. 25. Die goederen van anderen gedurende den nacht vervoert, zonder voorzien te zijn van een geleidebillet, door of van wege de afzenders of het plaatselijk bestuur kosteloos afgegeven.

De goederen worden aangehouden, totdat de rechtmatigheid van het bezit, ten genoege der politie, zal zijn aangetoond.

Plaatsen van voetangels en dergelijke.

No. 26. Die zonder daartoe van de politie vergunning te hebben bekomen, op bewoonde of door menschen bezocht wordende plaatsen, voetangels (borang), vallen, vangstrikken of andere tot het vangen of dooden van wild gedierte bestemde voorwerpen plaatst, welke ook voor menschen gevaarlijk kunnen zijn.

De gebezigde voorwerpen kunnen worden verbeurd verklaard.

Dienst- en werkboden.

No. 27. Ingetrokken bij Staatsblad 1879 No. 203, waarbij is bepaald, dat het strafwetboek voor inlanders wordt aangevuld met het volgende artikel 328ö, luidende;

Sluiten