Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestuur uitvaardigt, aangaande de algemeene verordeningen, op de huizen toepasselijk.

ART. 13. De overtredingen van dit reglement worden, wanneer de overtreders europeanen of daarmede gelijkgestelden zijn, gestraft als volgt:

a. van art. 2, met eene boete van f 100 — of met gevangenisstraf van hoogstens 8 dagen.

b. van art. 3, 5, 9 en 12 en van de voorschriften, krachtens art. 11 te geven, met geldboete van f 5.— tot f 25.—

c. van art. 6, 7 en 10 met geldboeten van f 5.—tot f 100.— of gevangenisstraf van hoogstens 8 dagen, mei verbeurdverklaring, in ieder geval, van het uithangbord.

d. van art. 8, de houder van het huis met geldboeten, ten bedrage van minstens f 50.— tot hoogstens f 500. de spelers ieder met geldboeten van f 50.— tot f 200.

Wanneer de overtreders inlanders en daarmede gelijkgestelden zijn, worden de overtredingen, onder a, c en d vermeld, gestraft met geldboeten van f 5.— tot f 25.—

No. 18. BEPALINGEN omtrent fabrieken en neringen in Ned.-lndië.

Staatsblad 1836 No. 10, zooals het is aangevuld bij Staatsblad 1866 No. 27 en 1906 No. 464 1).

A. Over het oprichten van fabrieken en neringen.

Staatsblad 1836 No. 10.

ART. 1. Geene fabrieken en neringen, welke met fornuizen werken of meer bijzonder aan brandschade onderhevig zijn, noch ook dezulke, die voor de gezondheid schadelijk, of voor de in de nabijheid wonenden hinderlijk zijn, noch ook die, waarin eenig voorwerp wordt vervaardigd, hetwelk aan accijns of consumptieve belasting onderhevig is, zullen mogen worden opgericht, zonder eene schriftelijke vergunning van het Hoofd van plaatselijk bestuur 2), geschreven op het daarvoor bepaalde of nader te bepalen zegel.

ART. 2. Mitsdien zal voortaan de in het voorgaande artikel bedoelde vergunning gevorderd worden voor de oprichting van: Suikermolens, suikerraffinaderijen, steen-, potten- en pannenbakkerijen, ijzer- en kopergieterijen, buskruitmolens, kalkovens, broodbakkerijen, branderijen van arak en andere sterke dranken,

l ï Bii Staatsblad 1899 no. 263, gewijzigd bij Stbl. 1905 no. 148 is nader bepaald, dat de vergunning voor het oprichten van suikerfabrieken en lndigofabrieken op Java en Madoera door den Gouverneur Jeneraal wordt verleend: voor die fabrieken geiden StbL UÖÈ no.

10 en 1866 no. 27 niet. De voorschriften ter uitvoering van Stbl. Iö99 no. 263 zijn vast gesteld bij BB. no. 5432, gewijzigd bij BB. no. 6178.

2) Zpoals dit art. luidt cfm. Stbl. 1906 no. 464.

Sluiten