Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 1. De aanmaak van zout, tenzij met vergunning en ten behoeve van het gouvernement van Nederlandsch-Indië, is, behoudens de uitzonderingen, in het volgend artikel vermei , verboden :

a. op Java en Madoera;

b. enz.

ART. 2. Het verbod, bedoeld bij artikel 1, is niet van

toepassing: , .

a. in de residentiën Djokjakarta en Soerakarta, waar de zoutaanmaak wordt beheerscht door de daaromtrent door de inlandsche vorsten vastgestelde of vast te stellen bepa-

b. opSde 'zoutwater- en modderwellen in de afdeeling Grobogan (Semarang), waaromtrent van kracht blijft de ordonnantie van 6 October 1876 Stbl. No. 258, aangevuld bij Stbl. 1904 No. 183 en 346.

ART. 3. Al het krachtens vergunning en ten behoeve van het gouvernement aangemaakte zout moet tegen den daarvoor vastgestelden of vast te stellen prijs in de daartoe bestemde

pakhuizen geleverd worden.

Hiervan zijn alleen uitgezonderd kleine hoeveelheden, benoodigd tot persoonlijk gebruik van den zoutmaker en zijn huisgezin.

ART. 4. De invoer van zout, anders dan ten behoeve van het qouvernement van Nederlandsch-Indië, tenzij afkomstig uit een qouvernements verkooppakhuis, is, behoudens de uitzonderingen, vermeld in de artikelen 5 en 6, verboden op de eilanden en in de gewesten, vermeld in art. 1. _ .

De invoer van zout uit de residentiën Djokjakarta en Soerakarta is eveneens verboden in de overige gewesten van Java en de verder in art. 1 genoemde gewesten, tenzij het bewijs gelever wordt, dat zulk zout uit een gouvernements verkooppakhuis

aflDe invoer van zout uit het eene gewest in het andere is verboden, wanneer het artikel bij de gouvernements pakhuizen in het eerst bedoelde voor lageren prijs verkrijgbaar is dan in het andere.

art. 5. 1) Van het verbod, bij de eerste en tweede alinea van het vorig artikel bedoeld, zijn uitgezonderd: a. behoudens naleving van de bepalingen er or onna

van 1 October 1882 (Staatsblad No. 240) omtrent de havens en plaatsen, waar geladen en gelost mag worden.

1 ) Zooals het luidt cfm. Stbl. 1902 No. 242 en 1905 No. 306.

Sluiten