Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Onder visschen naar de in de vorige alinea genoemde zeeproducten wordt in deze ordonnantie verstaan elke handeling, strekkende om paarlen, paarlemoer tripang uit de zee op te halen, onverschillig welke middelen, toestellen of werktuigen daartoe worden aangewend.

(3) De in deze ordonnantie bedoelde afstand van drie Engelsche zeemijlen wordt gerekend van de laagwaterlijn van de kusten der tot Nederlandsch-lndië behoorende eilanden, alsmede van droogliggende of bij laagwater droogvallende rotsen, banken en riffen, wier laagtelijn niet meer dan zes Engelsche zeemijlen van de naaste kustlaagwaterlijn verwijderd ligt 1).

ART. 2. (1) Aan de Inlandsche bevolking blijft het recht om naar 'de in artikel 1 genoemde zeeproducten te visschen onverkort verzekerd ; voor zoover zij van ouds gewoon is dat recht uit te oefenen, blijft haar dit recht, met uitsluiting van anderen, voorbehouden ten aanzien van alle plaatsen, welke bij laag water niet meer dan vijf vadem (negen meter) diepte hebben.

(2) Onder de benaming „inlandsche bevolking worden in deze ordonnantie ook begrepen de „orang laoet" die zich voor langer of korter tijd op of langs de kusten ophouden.

(3) Het vischrecht der inlandsche bevolking is niet voor overdracht of vervreemding vatbaar.

(4) Onder de voorwaarden, bij de in artikel 3 bedoelde verpachtingen en bij de in artikel 6 bedoelde vergunningen, te stellen,' zal worden vermeld, of de plaatsen, welke bij laag water 'niet meer dan vijf vadem diepte hebben, al dan met in de verpachting of in de vergunning begrepen zijn.

(5) Bij de ten deze te nemen beslissingen wordt, behalve met de belangen der inlandsche bevolking van het gewest of het landschap, tot welks zeegebied het betrokken vischterrein behoort, ook even nauwgezet, voor zooveel noodig, rekening qehouden met die der bevolking van de naburige gewesten of landschappen, en eveneens met die der „orang laoet, die gewoon mochten zijn in dat vischterrein hun bedrijf te komen uitoefenen.

ART 3 Naar gelang het den Gouverneur-Generaal noodig voorkomt,' wordt op de in deze ordonnantie vermelde en door den Gouverneur-Generaal vast te stellen verdere voorwaarden, verpacht het recht tot het visschen naar een of meer der in

1) Zooals deze alinea luidt cffn. Stbl. 1905 no. 436.

Sluiten