Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

le. alle blijkbaar van Gouvernementsverstrekking afkomstige goederen, tenzij de inbrengers kunnen aantoonen, dat daarover door hen vrijelijk mag worden beschikt;

2e. obligatiën, actiën, inschrijvingen, publieke- of handelseffecten en andere geldswaardige papieren;

3e. levende dieren en planten;

4e. levensmiddelen en alle andere goederen, welke aan spoedig bederf onderhevig zijn;

5e, goederen, welke de blijken van verregaande onreinheid vertoonen;

6e. goederen, waarvan het bezit of vervoer, zonder eene speciale vergunning, verboden is, tenzij de vereischte vergunning wordt overgelegd en plaatselijke politiemaatregelen den publieken verkoop der goederen niet bemoeilijken ;

7e. goederen, welke wegens dezelver* omvang niet behoorlijk kunnen worden geborgen;

8e. alle goederen, die zelfontvlambaar zijn of gemakkelijk in brand geraken;

9e. zeer kwalijk riekende goederen en in het algemeen alle andere, welker bewaring voor de overige aanwezige goederen nadeelig kan zijn;

10e. goederen, welk slechts korten tijd waarde hebben of waarvan de waarde plaatselijk aan groote schommelingen onderhevig, dan wel uit anderen hoofde door het personeel niet te schatten is;

11e. goederen, ingebracht door kennelijk beschonken lieden of door personen, die kennelijk niet de volle beschikking hebben over hunne geestvermogens, of die de vereischte inlichtingen niet kunnen geven.

(2) De al dan niet-toepasseiijkheid van de genoemde uitzonderingen staat in hoogste instantie ter beoordeeling van het Hoofd van den pandhuisdienst. Deze kan voorts, wanneer de omstandigheden zulks noodzakelijk maken, nog andere goederen dan de genoemde van de beleening uitsluiten. Maakt hij van deze bevoegdheid gebruik, dan wordt van de uitsluiting aan het publiek kennis gegeven in eene in de Maieische taal gestelde en door het hoofd van den pandhuisdienst onderteekende bekendmaking, welke in het pandhuis zoodanig peplaatst wordt, dat zij voor ieder zichtbaar is.

(3) Het Hoofd van den pandhuisdienst is verder bevoegd de som, welke op éérie beleening mag worden voorgeschoten, te beperken tot een door hem vast te stellen maximum bedrag.

Sluiten