Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 27. (1) De modellen voor de passen en certificaten worden vastgesteld door den Gouverneur-Generaal.

(2). De passen en certificaten zijn vrij van zegel.

ART. 28. De hoofden van gewestelijk bestuur zijn bevoegd om in de nabijheid der djatibosschen kringen aan te wijzen, binnen welke onbewerkt djatihout, waarvan de wettige herkomst niet kan worden bewezen, wordt beschouwd als te zijn in staat van vervoer.

Bij circulaire Dir. B. B. 5 Oct. 1903 No. 897/B is medegedeeld, dat de bedoeling is in die kringen het bezit van onbewerkt djatihout op dezelfde wijze strafbaar te steden als het vervoer, zoodat de bezitter alleen dan voor straf gevrijwaard is, indien aan de voorschriften omtrent het vervoer van onbewerkt djatihout is voldaan.

ART. 29. Het verbod om onbewerkt djatihout te vervoeren, buiten geleide van een pas of certificaat, is niet van toepassing.

a. op het vervoer van brandhout door de inlandsche bevolking in de te haren behoeve opengestelde bosschen verzameld, tenzij dit vervoer geschiedt per as, met lastdieren, of door middel van vlotten;

b. op het vervoer op de particuliere landerijen, voor zoover dit den eigenaar of den opgezetenen van het land toebehoort;

c. op het vervoer van hout binnen de hoofdplaatsen van gewesten en afdeelingen en nader door den GouverneurGeneraal aan te wijzen plaatsen. 1)

d. op het vervoer van hout binnen de grenzen der terreinen van spoor- en tramwegdiensten, voor zoover dat hout strekt ten eigen gebruike voor die diensten. 1)

ART. 30 (1). Voor het vervoer van wildhout worden geen passen of certificaten vereischt, tenzij de Gouverneur-Generaal voor bijzondere gevallen het tegendeel bepaalt. 2)

(2). De Hoofden van gewestelijk bestuur zijn bevoegd om op het vervoer van houtskool en basten zoodanige gewestelijke voorschriften uit te vaardigen, als in het belang van de boschbewaking noodzakelijk zijn 3).

Aanvullinqen cfm. Stbl. 1901 No. 203. ,

2) Bii Stbl 1901 No. 377 is bepaa.d, dat voor het vervoer van Kemlandinganhout op den Merbaboe, binnen het gebied der desa's Tolokan, Kopeng Batoer, Wates, Getass»"':Soemo„awe Samirono, Tadioek en Djutak en de daartoe behoorende gehuchten (doekoehans), allo aeleqen in het onderdistrikt Getassan der afdeeling Salatiga res.-Scmarang. pa-^en worden vereischt en hetzelfde is bepaald bij Stbl. 1903 No 187 voor het Kernland,rganhout van den Merbaboe in de afdeeling Bojolali der residentie Soerakarta.

3) Aanvullingen cfm Stbl. 1901 No. 208. Zie over het verzamelen van steenen in s Lands boss hen No. 101 hier achter.

Sluiten