Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 38. VERVOER van ontplofbare stoffen door NederlandschIndië, met uitzondering voor militaire doeleinden en voor 's lands burgerlijken dienst, langs spoorwegen 1).

Staatsblad 1893 No. 234, zooals het is gewijzigd bij Staatsblad 1894 No. 224, 1898 No, 173 en 1902 No. 206.

HOOFDSTUK I.

Algemeene bepalingen.

Art. 1. (1) Voor den invoer, het bezit, den aanmaak, het vervoer en het gebruik in Ned.-Ind. van ontplofbare stoffen als ontplofbare mengsels, bevattende chloorzure of pikrinezure zouten, knalkwikzilver, dynamiet, lithofracteur enz., wordt vergunning vereischt op den voet van art. 2 van dit reglement.

(2) Zoodanige vergunning kan voor den invoer, het bezit, den aanmaak en het vervoer van:

nitroglycerine en alle andere ontplofbare nitro-verbindingen in vloeibaren toestand, alsmede vloeibare mengsels, waarin dergelijke stoffen voorkomen;

niet vloeibare mengsels van nitroglycerine of andere ontplofbare nitro-verbindingen met op zich zelf ontplofbare stoffen, als genitreerde cellulose enz. slechts worden verleend door den Gouverneur-generaal onder de door Hem noodig geachte bijzondere voorschriften en nadat de noodzakelijkheid om daarvan gebruik te maken te zijnen genoegen is aangetoond.

(3) Onder ontplofbare stoffen worden in dit reglement niet gerekend buskruit, slaghoedjes, patronen, vuurwapenen, springstoffen, bekend onder den naam van „poudres de süreté Favier" 2) of van soortgelijke samenstelling, doch onder andere benaming (Miner's safety explosives, nitromite, enz.) voorkomende, zoomede vuurwerken 3).

1.) Deze bepalingen zijn in de plaats getreden van de bij Stbl 1889 No. 215. inge trokken art. 4 No. 5 en 2 No. 5 van de politiereglementen voor europeanen en inlanders (zie No. 12 en 13 hier voren). Het vervoer voor militaire doeleinden en het vervoer voor 's lands burgerlijken dienst over spoorwegen, geregeld bij Stbl. 1907 No. 501, is hier niet opgenomen. Bij art. 19 daarvan is bepaald dat bij overtredingen daarvan door bestuurders, beambten of bedienden van spoorwegdiensten, op hen van toepassing zijn de straffen bij de art. 234 en 235 van het algemeen spoorwegreglement (zie No. 83) en de art. 211 en 212 van het algemeen secundair-spoorwegreglement (zie No. 84.)

2) Bij Stbl. 1898 No. 173 is bepaald, dat het reglement op den invoer, het bezit, den aanmaak, het vervoer en het gebruik van ontplofbare stoffen (Stbl. 1893 No. 234). met uitzondering van de artikelen 5 tot en met 29, van toepassing is op de springstoffen, bekend onder den naam van „poudres de süreté Favier" of van soortgelijke samenstelling, doch onder andere benaming (Miner's safety explosives, nitromite, enz.) voorkomende, terwijl bij Circ. van den len Gouv. Secretaris van 16 April 1899 No. 899 a is medegedeeld, dat het bij het in het leven roepen van Stbl. 1898 No. 17j niet in de bedoeling der Regeering heeft gelegen om de „poudres de süreté Favier" nu weder onder de ontplofbare stoffen te doen rangschikken

3) Zooals het luidt cfm. Stbl. 1902 No. 206,

Sluiten