Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen gelijkgestelden, en met eene gelijke geldboete of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van één tot dertig dagen, voor zooveel betreft inlanders en met dezen gelijkgestelden.

ART. 4. (1) Zij, in wier dienst personen werkzaam zijn of die door gemachtigden vertegenwoordigd worden, zijn aansprakelijk voor de geldboeten, die door deze dienstbaren of gemachtigden op grond van art. 3 worden verbeurd.

(2) Evenzoo is de schipper aansprakelijk voor deze geldboeten, wanneer zij opgelegd zijn aan officieren en schepelingen van een schip of vaartuig en is dit laatste voor de betaling verbonden en executabel.

(3) In al de gevallen, bedoeld in de twee voorafgaande alinea's, strekt de aansprakelijkheid zich uit tot de kosten der gerechtelijke vervolging.

HOOFDSTUK II.

Enz. 1).

B. VERVOER TE WATER.

Staatsblad 1881 No. 57, zooals het is gewijzigd bij Staatsblad 1881 No. 89 en 1890 No. 241.

Art. 1. Prauwen of andere vaartuigen, welke petroleum of andere licht ontvlambare oiiën van een ter reede liggend schip naar den wal of omgekeerd, dan wel langs rivieren of andere binnenwateren vervoeren, zijn kenbaar aan eene onderscheidingsvlag.

Deze vlag is rood en bevat in witte letters, ter grootte van minstens vijf decimeter, het woord „petroleum".

De lengte en breedte dezer vlag bedragen minstens 2 meter en 1.5 meter.

Zij wordt gevoerd aan den mast of op eene andere duidelijk zichtbare plaats.

ART. 2. Op de prauwen of andere vaartuigen, bedoeld in artikel 1, welke petroleum of andere licht ontvlambare oliën aan boord hebben, is — behoudens naleving der bepalingen op het voeren van lichten als veiligheidsmaatregel — het branden van vuur of licht, als ook het rooken, verboden.

Deze prauwen of vaartuigen mogen voor laden, lossen of om welke reden ook, niet blijven liggen binnen een afstand van vijf meters van andere stil liggende prauwen of vaartuigen, welke vuur of licht aan boord hebben, terwijl de politie zorgt dat deze

1) Art. 5 is gewijzigd bij Stbl. 1894 No. 22 en art. 19 bij Stbl. 1902 No. 206.

Sluiten