Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afstand zooveel mogelijk door alle vaartuigen in a:ht wordt genomen.

ART. 3. Ingetrokken bij Staatsblad 1881 no. 89.

ART. 4. Het vervoer, het lossen en laden van petroleum of andere licht ontvlambare oliën is alleen toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang.

ART. 5. De havenmeesters wijzen, zoowel op de reeden als in de riviermondingen en havenkanalen, de noodige ankerplaatsen aan, en wel op elke reede minstens twee in tegenovergestelde windstreken, waarheen de in artikel 1 bedoelde prauwen of andere vaartuigen, welke hunne lading petroleum of andere licht ontvlambare oliën op het oogenblik van zonsondergang nog niet hebben gelost, zich zullen begeven om aldaar des nachts te blijven liggen.

Art. 6. Op prauwen of andere vaartuigen, welke niet meer dan 108 liter petroleum aan boord hebben, zijn de voorgaande artikelen niet van toepassing.

ART. 7. Overtreding dezer verordening wordt gestraft:

van de artikelen 1 en 2 met eene geldboete van één honderd tot drie honderd gulden.

van de artikelen 4 en 5*^net eene geldboete van hoogstens één honderd gulden.

No. 39. VOORSCHRIFTEN betrekkelijk het bezit en de bewaring van petroleum en andere licht ontvlambare oliën in Ned-Ind.

Staatsblad 1871 No. 166, zooals het is gewijzigd bij Staatsblad 1872 No. 97 en 159, 1890 No. 52 en 1905 no. 475. 1)

A. Bezit en vervoer te land.

ART. 1. Gezagvoerders van schepen of vaartuigen, die, petroleum of andere licht ontvlambare oliën aan boord hebbende, eenige reede of haven in Nederlandsch-Indië aan doen, zijn verplicht van die lading uitdrukkelijk in den verpraaibrief melding te maken, met opgaaf der soort en hoeveelheid en der wijze van verpakking.

De ankerplaats dier schepen wordt door den havenmeester aangewezen.

De gezagvoerders zijn verplicht, binnen 24 uren na de aanwijzing van den havenmeester ontvangen te hebben, hun schip op de daarvoor bestemde plaats ten anker te brengen 2).

1) Zie omtrent lossen en laden van petroleum de Petroleum-ordonnantie 1906 onder No. 103 hier achter.

2) De 2e en 3e al. zijn toegevoegd bij Stbl. 1372 No. 159.

Sluiten