Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steld bij besluit van den 18den Januari 1845 no. 16 (Staatsblad no. 1) luidende :

„met intrekking van alle hiermede strijdige dispositiën en „in verband met het besluit van den commissaris-generaal van „25 Augustus 1827 no. 12 (Staatsblad no. 82) en met publicatie van 17 Juli 1835 (Staatsblad no 33) te verklaren:

„Dat de invoer van duiten in Nederlandsch-Indië alleen dan „zal mogen geschieden, wanneer zij vergezeld gaan van het „certificaat, voorgeschreven bij het genoemde besluit van den „commissaris-generaal, en dat alle koperen munt, van waar ook „aangebracht, zonder van zoodanig certificaat voorzien te zijn, „zal worden afgewezen, behoudens de verdere toepassing der „bepalingen, wanneer daarvoor termen bestaan ;

„Zullende echter kunnen worden toegelaten het invoeren van „zoodanige geringe sommen als welke noodig mochten wezen „voor inkoop van mond- en andere behoeften ten gebruike aan boord, „voor eiken bodem respectievelijk, mits de in te voeren duiten „van Nederlandschen muntslag zijn, de bepaalde zwaarte heb„ben en alle blijken van echtheid dragen," met aanschrijving om nauwkeurig toe te zien en te doen toezien, dat deze bepaling stiptelijk worde opgevolgd, onder mededeeling eventueel dat het de bedoeling niet is den aanvoer van vreemd kopergeld, niet zijnde nagemaakte Nederlandsch-Indische koperen munt, in de vrijhavens als handelswaar te weren.

Ten tweede: enz:

D. MAATREGELEN om aan den omloop van duiten op Java en Madoera een einde te maken.

Ind. Staatsblad 1899 No. 229.

Nederlandsch Staatsblad

No. 178 WIJ, WILHELMINA, bij de gratie Gods

Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, Saluut!

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat in strijd met artikel 3 der wet van den 20sten April 1855 (Staatsblad No. 12), op Java en Madoera nog koperen duiten in omloop zijn, zoodat het noodig is eene nadere voorziening daaromtrent te treffen ;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Sluiten