Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Telegraafkabels.

Staatsblad 1891 No. 234.

Art. 1. De bepalingen van deze ordonnantie gelden voor alle buiten de territoriale wateren op wettige wijze aangelegde onderzeesche telegraafkabels, aan land komende op het grondgebied van een of meerdere der tot de territoriale overeenkomst van 14 Maart 1884, goedgekeurd bij de wet van 18 April 1885 (Ned. Stbl. No. 89, Ind. Stbl. 1891 No. 231) toegetreden of nog toetredende staten, of aan land komende in de koloniën of bezittingen van die staten, voor zoover de overeenkomst ook op die koloniën en bezittingen toepasselijk is.

ART. 2. Hij, die een in art. 1 bedoelden telegraafkabel opzettelijk en wederrechtelijk vernielt, onbruikbaar maakt of zoodanig beschadigt, dat de telegraphische gemeenschap verbroken of bemoeilijkt zou kunnen worden, wordt, naar gelang hij is europeaan of inlander, gestraft met gevangenis of dwangarbeid buiten den ketting van zes maanden tot drie jaren.

Hij, aan wiens schuld zoodanige vernieling, onbruikbaarmaking of beschadiging te wijten is, wordt, naar dezelfde onderscheiding van landaard, gestraft met gevangenis van zes dagen tot één maand of geldboete van f 10.— tot f 300.—, of met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van zes dagen tot twee maanden of geldboete van f 10.—tot f 300—

De vorenstaande strafbepalingen zijn niet toepasselijk in de gevallen, voorzien in het tweede lid van art. 2 der internationale overeenkomst van 14 Maart 1884, goedgekeurd bij de wet van 18 April 1885 (Ind. Stbl. 1891 No. 231), en in het eerste lid van de internationale verklaring van 21 Mei 1886, goedgekeurd bij de wet van 31 Mei 1887 (Indisch Staatsblad 1891 No. 232).

ART. 3. Met geldboete van f 10.— tot f 100.— wordt gestraft:

le. de gezagvoerder of die hem vervangt, die zich met zijn vaartuig niet terugtrekt of die zich niet tenminste één zeemiji (van 60 in een graad) verwijderd houdt van een vaartuig, bezig met het leggen of herstellen van in art. 1 bedoelde kabels, en voerende de voor deze vaartuigen voorgeschreven seinen, zoodanig, dat zij van het andere vaartuig zichtbaar zijn ;

2e. hij, die zijn vischtuigen of netten niet op den sub 1 genoemden afstand houdt.

Niettemin zullen visschersbooten, van waar een telegraafvaartuig, de gezegde seinen voerende, wordt gezien of kan gezien worden, ten hoogste vierentwintig uren, gedurende welke zij in hare bewegingen niet bemoeilijkt mogen worden, den tijd hebben zich overeenkomstig de aldus gegeven waarschuwing te gedragen;

Sluiten