Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 10. Al wie eene stokerij of distilleerderij wil oprichten is verplicht zijn voornemen ter kennisse van den ontvanger te brengen, voordat met de oprichting begonnen wordt.

Binnen 24 uren, nadat de werktuigen zijn opgesteld, levert hij tegen bewijs, ten kantore des ontvangers, eene behoorlijk gedagteekende en onderteekende aangifte in, houdende eene duidelijke opgaaf van :

a. de benaming der stokerij of distilleerderij en hare ligging, met vermelding van de klasse, zoo de aangifte eene distilleerderij betreft;

b. den naam en de woonplaats van den eigenaar of bezitter;

c. de panden en erven, die tot de stokerij of distilleerderij behooren, de aanwezige ingangen en de bestaande gemeenschap met andere panden en erven;

d. de gedeelten der stokerij of distilleerderij en daartoe behoorende panden en erven, die gebezigd zullen worden tot het opslaan van gedistilleerd.

<?. de te bezigen werktuigen, met vermelding van de inhoudsruimte, waar mogelijk, en van de aan de werktuigen aanwezige openingen, pijpen en buizen, alles zoo volledig mogelijk omschreven en toegelicht door eene teekening.

ƒ. de wijze, waarop — zoo de aangifte eene stokerij betreft

het vervaardigd gedistilleerd zal worden opgevangen, met name of daartoe gebruik zal worden gemaakt van vergaderbakken of andere, denzelfden dienst verrichtende, ruimten, die door de ambtenaren kunnen worden afgesloten.

Het bewijs van gedane aangifte strekt tot toelating der stokerij of distilleerderij en wordt niet afgegeven, tenzij deze voldoet aan art. 9. Voor zooveel betreft stokerijen, niet voorzien van inrichtingen om het vervaardigde gedistilleerd in afgesloten vergaderbakken of dergelijke op te vangen, moet bovendien, vóór de uitreiking van het hier bedoelde bewijs, eene voor ieder geval door den Directeur van Financiën nader te bepalen geldsom van minstens vijf honderd en hoogstens vijf duizend gulden bij den ontvanger gedeponeerd worden; deze geldsom, waarvan geene renten te goed gedaan worden, blijft onder berusting van den ontvanger, zoolang de toelating op ongewijzigden voet, wat het ontbreken eener inrichting als evenbedoeld betreft, van kracht blijft.

De toelating vervalt door overgang der stokerij of distilleerderij in andere handen.

De nieuwe eigenaar of bezitter gedraagt zich opnieuw naar de Dwalingen van dit artikel, behoudens het bepaalde bij het eerste

Sluiten