Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Aankomst van binnen het tolgebied.

ART. 6. Bij aankomst van een handelsvaartuig van eene plaats binnen het tolgebied wordt door of namens den gezagvoerder uiterlijk den dag, of, zoo deze een Zondag is, den tweeden dag na dien der aankomst, tegen een recpu, ten kantore van den ontvanger, of op eene andere door den eerstaanwezenden ambtenaar aangewezen en algemeen bekend gemaakte plaats, ingeleverd:

a. voor de van buiten het tolgebied aangebrachte handelsgoederen, de algemeene aangifte, tot de plaats en de volgende losplaatsen betrekkelijk, met de lijst der provisiën, een en ander gewaarmerkt, overeenkomstig art. 57 ;

b. de documenten, waarop de overige handelsgoederen in het tolgebied zijn ingeladen, vergezeld van eene lijst;

c. eene opgaaf van het aantal, de soort, de merken en nommers van de collis handelsgoederen of de soort en hoeveelheid (in letters) der niet verpakte handelsgoederen, die in het tolgebied zijn ingeladen, doch waarvoor geene documenten worden overgelegd, met vermelding van de plaats van bestemming.

De documenten, in letter b bedoeld, worden terug gegeven vóór het vertrek van het schip, voor zooveel zij elders moeten dienen. Ook die, welke op ter plaatse te lossen goederen betrekking hebben, kunnen op machtiging van den eerstaanwezenden ambtenaar worden terug gegeven, om het vervoer beneden den uitersten wachtpost en ter reede te dekken.

De lijst en de opgaaf, bedoeld in letter b en c, worden opgemaakt volgens een door den directeur van Financiën vastgesteld model in de nederlandsche of maleische taal met latijnsche karakters en onderteekend door den gezagvoerder of de agenten van het schip.

Fouten in de sub c bedoelde opgaaf kunnen worden hersteld na machtiging van den eerstaanwezenden ambtenaar.

ART. 7. De eerstaanwezend ambtenaar kan den termijn van inlevering verlengen en vergunnen dat de in te leveren stukken zich bepalen tot die, welke betrekking hebben op de ter plaatse te lossen goederen.

Die vergunning, zoomede ontheffing van art. 6 letter b en c, kan, ook voor een in geregelden dienst varend stoomschip, in het algemeen worden verleend door den directeur van Financiën,

Sluiten