Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Entrepots.

ART. 19 t/m 26. a enz. 1)

HOOFDSTUK V.

Invoer ten verbruik en berekening van het invoerrecht.

Art. 27. t/m 39. enz. 2)

HOOFDSTUK VI.

Art. 40. t/m 47 enz.

HOOFDSTUK VII.

lnlading en vervoer over zee van goederen uit het vrij verkeer.

Uitvoer en berekening van het uitvoerrecht.

ART. 48. t/m 56. enz.

HOOFDSTUK VIII.

Vertrek.

ART. 57 Vóór het vertrek van een handelsvaartuig wordt door den gezagvoerder, of namens hem door de agenten van het schip van het voornemen kennis gegeven ten kantore van den ontvanger, onder mededeeling werwaarts hij zich zal begeven, en neemt hij de algemeene aangifte, betrekkelijk de elders te lossen goederen en de lijst der provisiën terug, nadat zij van de handteekening van genoemden ambtenaar zijn voorzien.

Vóór zijn vertrek naar buiten het tolgebied moet hij, desgevraagd, de goederen vertoonen, die hij, overeenkomstig gedane aangifte — zooveel noodig aangevuld overeenkomstig art. 3 tweede lid—en door of namens hem afgegeven bewijzen van overscheping nog aan boord moet hebben.

ART. 58. Een handelsvaartuig mag niet vertrekken vóórdat den havenmeester is overhandigd een bewijs van den ontvanger, dat de gezagvoerder aan zijne verplichtingen ten opzichte der in- en uitvoerrechten heeft voldaan, dan wel dat ten genoegen van laatstgenoemden ambtenaar de agenten van het schip of anderen zich aansprakelijk hebben gesteld voor de boeten, door hem beloopen.

1) Art. 24 is gewijzigd bij Stbl. 18S4 No 169. 1887 No. 29 en 1891 No. 212 en bij Stbl. 1887 No. 29 is tevens een art. 26 a voor Tandjongpriok toegevoegd; ook bij Stbl. 1892 No. 206 voor Emmahaven, gewijzigd bij Stbl. 1894 No. 3.

2) Art. 38 is gewijzigd bij Stbl. !888 No, 185 en 1906 No. 330.

Sluiten