Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 51 B. STRAFBEPALING voor inlanders en met dezen gelijkgestelden tegen den invoer, vervoer enz. van gedrukte stukken, waarvan de invoer binnen Nederlandsch-Indië is verboden.

Staatsblad 1900 No. 318.

DE GOUVERNEUR-GENERAAL VAN NEDERLANDSCH-INDIË

doet te weten:

Dat Hij, het noodig achtende, om de, bij artikel 4 van het Koninklijk besluit van 21 September No. 17 (Indisch Staatsblad No. 317) 1) voor europeanen of met dezen gelijkgestelden, vastgestelde strafbepaling tegen den invoer, vervoer enz. van gedrukte stukken, waarvan de invoer binnen hederlandsch-Indië is verboden, behoudens de wijziging, welke met het oog op het verschil in landaard wordt vereischt, ook toepasselijk te doen zijn op inlanders en met dezen gelijkgestelden;

Lettende op de -artikelen 20, 29, 31 en 33 van het Reglem ent op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indië;

Heeft goedgevonden en verstaan:

Ten eerste: Voor inlanders en met dezen gelijkgestelden vast te stellen de navolgende strafbepaling:

„Hij, die gedrukte stukken, waarvan de invoer binnen Nederlandsch-Indië is verboden, na de openbaarmaking van het verbod, invoert, vervoert, bezit, verspreidt, verzendt, verkoopt, te koop of ter lezing aanbiedt, of kosteloos afstaat, wordt gestraft met dwangarbeid buiten den ketting van één tot zes maanden en geldboete van vijfentwintig tot honderd gulden, te zamen of afzonderlijk.

„Poging tot invoer of verspreiding, in het eerste lid omschreven, is mede strafbaar".

Ten tweede: Deze ordonnantie treedt in werking op 15 December 1900.

Gelast en beveelt voorts, dat alle hooge en lage Colleges en Ambtenaren, Officieren en Justicieren, ieder voor zooveel

1) Zie Sub. A. hier voretl.

Sluiten