Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 59 A. ^ HEFFING van schut- en doorvaartgelden bij s Landssluizen te Goenoengsari en Goebeng en tot vervanging van de pacht van het recht tot zoodanige heffing bij 's Landssluizen te Melirip en Gedek door eene rechtstreeksche heffing.

(Staatsblad 1900 No. 261, zooals het is gewijzigd bij Stbl 1904 No. 224.

DE GOUVERNEUR-GENERAAL VAN NEDERLANDSCH-INDIË

doet te weten:

Dat Hij uitvoering willende geven aan de verkregen Koninklijke machtiging om schut- en doorvaartgelden te heffen bij s Landssluizen te Goenoengsari en Goebeng (residentie Soerabaja)en om de verpachting van het recht tot het heffen van schutgelden aan 's Landssluizen te Melirip en Gedek, mede in de residentie Soerabaja, te vervangen door rechtstreeksche heffing; Heeft goedgevonden en verstaan :

Met intrekking van de ordonnantiën van 16 Maart 1874 (btaatsblad No. 83) en van 22 Augustus 1894 (Staatsblad No. 179), te bepalen:

^RT\ . ^oor het doorlaten van vaartuigen en vlotten, onverschillig of er geschut wordt al dan niet, is bij elke der Landssluizen te Melirip, Gedek, Goenoengsari en Goebeng (residentie Soerabaja) eene retributie verschuldigd volgens het onderstaand tarief:

le. voor elke prauw of ander vaartuig, beladen of niet beladen, per koijang of drie kubieke meter netto inhoud, volqens de officieele meetw.jze of volgens schatting van den inner der schut- of doorvaartgelden:

gaande stroomafwaarts tien centen ;

gaande stroomopwaarts vijf centen ;

Gedeelten van een koijang worden voor één koijang gerekend.

2e voor elk vlot per M2 bovenoppervlakte volgens schattinq van den inner de* schut- of doorvaartgelden, anderhalve cent; uedeelten van een M2 worden voor één M2 gerekend. °0r, h®t, foorlaten vóór zonsopkomst of na zonsondergang wordt het dubbele van bovenstaand tarief geheven.

ART. 2. Vóórdat het vaartuig of vlot door de sluis gelaten wordt, moet het volgens artikel 1 verschuldigde zijn betaald, ten teeken waarvan aan den sluiswachter of bedienaar der sluis

Sluiten