Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4e. Voor houtvlotten of balken per M2 bovenoppervlakte, volgens schatting van den inner der schut- of doorvaartgelden, drie cent.

5e. Voor bamboevlotten per M2 bovenoppervlakte, volgens schatting van den inner der schut- of doorvaartgelden, anderhalve cent.

Onderdeelen van een M2 worden bij de berekening der oppervlakte van hout-en bamboevlotten voor één M2 gerekend.

Voor het doorschutten vóór zonsopkomst of na zonsondergang wordt het dubbele van bovenstaand tarief geheven.

ART. 2. Vóórdat het vaartuig of vlot door de sluis gelaten wordt, moet het volgens artikel 1 verschuldigde zijn betaald, ten teeken waarvan aan den sluiswachter of bedienaar der sluis wordt overhandigd een den voerder van het vaartuig of vlot door den persoon, die van Landswege met de heffing van de schut- of doorvaartgelden is belast, verstrekt biljet van doorlating, genomen uit een register, ingericht overeenkomstig een door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken vastgesteld model.

Geschillen omtrent de berekening van het verschuldigde worden beslist door het Hoo'd van plaatselijk bestuur.

De bedoelde biljetten zijn vrij van zegel.

ART. 3. Vaartuigen of vlotten, toebehoorende aan den Lande, en vaartuigen en vlotten, uitsluitend beladen ten behoeve van den Lande, zijn van de retributie vrijgesteld, maar moeten, om te worden doorgelaten, vertoonen en afgeven gelijke biljetten, ais in artikel 2 bedoeld, waarop echter vermeld staat dat de doorlating zonder betaling van retributie geschiedt.

Voor de toepasselijkheid van dit artikel is noodig vertoon van een bewijs van een, tot de afgifte daarvan, bevoegd persoon, welk bewijs blijft berusten bij den met de heffing van de schut- of doorvaartgelden belasten persoon en door dezen te zijner tijd bij zijne verantwoording wordt gevoegd.

ART. 4. Voor het doorgaan van de sluis zonder afgifte van het in de artikelen 2 en 3 bedoeld biljet, of tegen het verbod van den sluiswachter of bedienaar der sluis, verbeurt de voerder van een vaartuig eene boete van hoogstens f 25.— (vijfentwintig gulden) en van een vlot eene boete van hoogstens f 10.— (tien gulden).

ART. 5. De Eerstaanwezend Ingenieur van den Waterstaat en 's Lands Burgerlijke Openbare Werken in de residentie Semarang heeft de registers, zooals bedoeld in artikel 2, in verantwoording.

Sluiten