Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 5. (1) De bewijzen van vergunning tot het slachten vart een varken bestaan uit twee helften, waarvan de eene helft den houder tot quitantie strekt, terwijl da andere helft door hem wordt afgegeven aan den persoon, die van bestuurswege bij het slachten tegenwoordig moet zijn.

(2) De vergunningsbewijzen zijn vrij van zegel en worden verder ingericht naar een door den Directeur van Financiën vast te stellen model.

ART. 6. (1) De Algemeene Ontvanger van 's Lands kas heeft de bewijzen van vergunning tot slachten in verantwoording.

(2) Hij verstrekt een aan de behoefte evenredig getal vergunningsbewijzen aan elk tot het verleenen der bewijzen bevoegd hoofd eener wijk of eener desa, en aan eiken daartoe door het Hoofd van gewestelijk bestuur aangewezen ambtenaar of beambte.

(3) De in de vorige alinea bedoelde verstrekking geschiedt, waar een ondercollecteur of als zoodanig fungeerend persoon bescheiden is, door diens tusschenkomst, behalve :

a. wanneer de persoon, die met de functiën van ondercollecteur is belast, tevens is aangewezen voor het verleenen der vergunningsbewijzen ;

b. voor zoodanige gedeelten van het ressort van den ondercollecteur of fungeerend ondercollecteur, waarvoor door het Hoofd van gewestelijk bestuur wordt bepaald dat de verstrekking rechtstreeks geschiedt.

ART. 7. (1) De hoofden der wijken of der desa's en de ambtenaren of beambten, aan wie de inning der belasting is opgedragen, brengen tenminste éénmaal 's maands de ontvangen belasting bij den Algemeenen Ontvanger van 's Lands kas of, voor zoover de verstrekking der vergunningsbewijzen geschiedt door tusschenkomst van een ondercollecteur of fungeerend ondercollecteur, bij dezen.

(2) De Hoofden van gewestelijk bestuur zijn bevoegd, in bijzondere gevallen, te hunner beoordeeling, afwijkingen toe te staan van het voorschrift, dat de ontvangen belasting tenminste éénmaal 's maands moet worden overgebracht, zulks evenwel onder voorwaarde, dat het hoofd der wijk of der desa, de ambtenaar of de beambte, ten wiens behoeve de afwijking wordt toegestaan, de belasting zal moeten overbrengen, zoodra het door hem geïnde bedrag f 53 (vijftig gulden) beloopt, ook al is dan de hem door het Hoofd van gewestelijk bestuur voorgeschreven stortingstermijn nog niet verschenen,

Sluiten