Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2). Het jaarlijksch onderzoek der stoomketels van stoomschepen, vallende in de termen van artikel 12 der ordonnantie van 6 Juli 1905 (Staatsblad No. 370), daaronder niet begrepen stoomsloepen en stoombarkassen, geschiedt zooveel mogelijk gelijktijdig met de keuring, bedoeld in artikel 13 dier ordonnantie.

Art. 38. (1). Acht degene, die met het onderzoek belast is, het noodig, dat een stoomketel tot het instellen van het onderzoek buiten werking gesteld, en voor zooveel scheepsketels betreft, gelicht worde, dan wel dat het metselwerk, de bekleeding, de vlam- of waterpijpen of andere deelen, welke een nauwkeurig onderzoek belemmeren, geheel of gedeeltelijk worden weggenomen, zoo geeft hij daarvan tijdig schriftelijk kennis aan den gébruiker.

(2). Bestaat bij den gebruiker bezwaar tegen het tijdstip, waarop een dergelijk onderzoek zal plaats hebben, zoo wordt dit bezwaar uiterlijk binnen drie dagen, onder opgave van het gewenscht uitstel, schriftelijk ter kennis gebracht van dengene, die het onderzoek of de beproeving zal verrichten ; deze laatste beslist of het uitstel kan worden verleend; indien zulks met de eischen van de veiligheid is overeen te brengen, wordt door hem zooveel mogelijk aan het verlangen des gebruikers tegemoet gekomen.

ART. 39. Moet een onderzoek plaats hebben, waarbij de stoomketel buiten werking gesteld moet worden, zoo draagt de gebruiker zorg;

a. dat alle deelen van den ketel, zoo van binnen als van buiten,

benevens de rookgangen, voldoende gereinigd zijn ;

b. dat de ketel genoegzaam afgekoeld zij, om het onderzoek mogelijk te maken;

c. dat, indien de ketel in verbinding is met een of meer onder stoom zijnde ketels, de stoom-, spui- en voedingsleidingen worden afgesloten op de wijze, als in artikel 2 sub 14 van het veiligheidsreglement (Staatsblad 1905 No. 521) is voorgeschre/en.

ART. 40. (1). De ambtenaren, met het toezicht op de stoomketels belast, zijn bevoegd de door hen, ter verzekering van de veiligheid der ketels en van de naleving der bepalingen van dit reglement, noodig geoordeelde maatregelen voor te schrijven.

(2). Blijkt hun dat de met de bediening der ketels belaste personen daarvoor de noodige geschiktheid missen, dan kunnen zij vorderen, dat dezen van de bediening ontheven worden.

Sluiten