Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3). Geene straf wordt uitgesproken tegen den bestuurder van wien blijkt dat de overtreding buiten zijn toedoen is gepleegd.

ART. 39. Door den chef van het mijnwezen en de andere mijningenieurs, zoomede door de Hoofden van gewestelijk en plaatselijk bestuur, in deze ordonnantie bedoeid, wordt van de overtredingen van deze ordonnantie, welke zij ontdekken, procesverbaal opgemaakt op den eed, bij de aanvaarding hunner bediening aan den lande gedaan.

ART. 40. In deze ordonnantie wordt verstaan:

a. onder vertegenwoordiger van den concessionaris, de door den niet in Nederlandsch-Indië gevestigden concessionaris, ingevolge het bepaalde bij het eerste lid sub c van artikel 11 van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 No. 13 (Indisch Staatsblad 1873 No. 217a) zooals het is gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 29 Juli 1899 No. 29 (Indisch Staatsblad No. 297) aangestelde vertegenwoordiger;

b. onder beheerder der onderneming, de van wege den concessionaris als plaatselijk hoofd op het concessieterrein aangestelde persoon, van wiens, naam en woonplaats de in het zevende lid van artikel 9 bedoelde opgave is gedaan ; deze bepaling is ook van toepassing op tijdelijk vervangende en waarnemende beheerders;

c. onder het Hoofd van gewestelijk bestuur, dat Hoofd van gewestelijk bestuur, te wiens kantore door den concessionaris domicilie is gekozen;

d. behalve in de artikelen 15, derde en vierde lid, 20, vijfde lid, 21, eerste en vierde lid, 24, tweede lid, 25 derde en 26 tweede lid, onder het Hoofd van plaatselijk bestuur, die plaatselijk bestuursambtenaar, in wiens afdeeling de concessie is gelegen en, indien de concessie in meer dan ééne afdeeling is gelegen, dat Hoofd van plaatselijk bestuur, dat als zoodanig wordt aangewezen door het boven sub c aangeduide Hoofd van gewestelijk bestuur. Van die aanwijzing wordt mededeeling gedaan aan den concessionaris of den vertegenwoordiger van den concessionaris, den beheerder der onderneming en den chef van het mijnwezen.

Sluiten