Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weide of uit eenigen anderen hoofde tot de dorpen behoorende, wordt eene door het bestuur te verleenen vergunning vereischt.

ART. 2. (1) Onder gemeene weide wordt verstaan de grond, welke tot weideplaats voor het uitsluitend gebruik van een of meer dorpen is afgezonderd.

(2) Onder grond, uit anderen hoofde tot dorpen behoorende, wordt verstaan de door inlanders voor eigen gebruik ontgonnen en niet kennelijk verlaten, zoomede de door hen of anderen met eenig persoonlijk of zakelijk recht bezeten gronden ; de wegen, waterleidingen en waterreservoirs, die ten laste van de dorpen zijn ; gewijde gronden, begraafplaatsen, de erven der moskeeën en alle binnen de kom der dorpen gelegen pleinen en andere openbare plaatsen.

(3) Ingeval verschil of onzekerheid bestaat ten aanzien van de vraag of eenig stuk grond behoort tot de gronden, in de vorige alinea's bedoeld, beslist het Hoofd van gewestelijk bestuur, nadat het dorp in zijn belang is gehoord en na plaatselijk onderzoek.

ART. 3. (1) De vergunning tot ontginning wordt schriftelijk verleend ;

a. door het districtshoofd, wanneer de aangevraagde grond, onmiddellijk grenzende aan reeds door de bevolking bezeten grond, geen grootere uitgestrektheid heeft dan één bouw en niet begroeid is met opgaand geboomte ;

b. door het Hoofd van plaatselijk bestuur in alle andere gevallen.

(2) Zij kan geweigerd worden op grond dat de belangen van den lande of derden dit vereischen ;

(3) Bij weigering der vergunning is hooger beroep toegelaten: in het geval sub a op het Hoofd van plaatselijk bestuur, en in dat sub b op het Hoofd van gewestelijk bestuur, welke bestuurshoofden in hoogste ressort beslissen.

Art. 4, 5 enz.

Art. 6. (1) De vergunning tot ontginning kan niet aan anderen worden overgedragen.

(2) Bij overlijden van den aanvrager mogen zijne erfgenamen de ontginning voortzetten.

ART. 7. (1) Met geldboete van f 1.— tot f 50.— of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van 1 tot 30 dagen wordt gestraft:

a. ontginning van grond zonder de bij art. 1 voorgeschreven vergunning ;

Sluiten