Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijde van het verlijden der akte, voor het tijdelijk gemis van beschikking over dien grond gedurende den loop van den huurtermijn, vóór het einde van dien termijn eene schadeloosstelling te betalen, berekend naar den duur van dat tijdelijk gemis en het bedrag van de bij de overeenkomst bedongen huursom ;

b. de op de huurperceelen voorkomende grensteekenen ten genoegen van het Hoofd van plaatselijk bestuur in goeden staat te houden, zullende bij niet voldoening aan deze verplichting, door genoemd bestuurshoofd op kosten van den huurder in de herstelling en het onderhoud van bedoelde grensteekenen kunnen worden voorzien ;

c. alle voorziene, zoowel als onvoorziene toevallen te dragen, tenzij bij de huurovereenkomst uitdrukkelijk het tegendeel is bedongen.

ART. 9. De verplichting tot het voldoen der belastingen in geld en arbeid blijft rusten op hen, die, als rechthebbenden op den grond, naar plaatselijk gebruik daarvoor aansprakelijk zijn, onverminderd de bevoegdheid der partijen om bij de huurovereenkomst onderling schikkingen te treffen omtrent de tenuitvoerlegging dier verplichting.

ART. 10. De huurders en verhuurders worden geacht, met betrekking tot de huurovereenkomsten, domicilie te hebben gekozen ten kantore van het Hoofd van plaatselijk bestuur der afdeeling, waarin de verhuurde grond gelegen is.

ART. 11. De Gouverneur-Generaal stelt de modellen vast voor de akten der huurovereenkomsten en geeft overigens de noodige voorschriften tot uitvoering van de artikelen 3, 4 en 6 dezer ordonnantie, zoomede van de feitelijke onderzoekingen, welke bij het verlijden der huurakten en, zoo noodig, bij de uit artikel 4 voortvloeiende verrichtingen zullen worden ingesteld, met bepaling tevens van den maximum-duur der huurovereenkomsten.

ART. 12. (1) Niet-inlanders, die gronden, als bedoeld bij de eerste alinea van artikel 1, tot welk doeleinde ook, gebruiken of te hunnen behoeve doen gebruiken, zonder daartoe, ingevolge eene op den voet dezer ordonnantie bekrachtigde overeenkomst of het bepaalde bij artikel 6, gerechtigd te zijn, worden gestraft met eene geldboete van f 50 (vijftig gulden) tot f 100 (één honderd gulden).

(2) Bij het veroordeelend vonnis kan, hetgeen in strijd met deze ordonnantie zich op den grond bevindt, worden verbeurd verklaard.

23*

Sluiten