Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Is zoodanige onvoltallige commissie van oordeel, dat het schip aan de gestelde eischen voldoet, dan wordt daarvan een voorloopig certificaat in drievoud opgemaakt, waarvan eveneens het origineel en het duplicaat worden geschreven op een zegel van f 1,50 en waarmee overigens wordt gehandeld als meteen gewoon certificaat.

(3) Dit voorloopig certificaat is ingericht volgens het in bijlage C aangegeven model, doch in het opschrift wordt vóór het woord „Certificaat" met duidelijke letters „Voorloopig" geschreven.

ART. 24. (1) Een voorloopig certificaat, als bedoeld in het vorig artikel, is, behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel, geldig totdat het schip eene plaats in Nederlandsch-Indië bezoekt, waar eene keuringscommissie gevestigd en voltallig aanwezig is, doch nimmer voor langer dan één jaar.

(2) Bij aankomst op eene plaats, als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, moet eene nieuwe keuring plaats hebben, waarvan het eventueel, overeenkomstig het voorgeschrevene bij artikel 21, af te geven certificaat het voorloopige vervangt en niet gezegeld behoeft te zijn.

(3) Wanneer een schip, als in het eerste lid bedoeld, met bestemming naar eene plaats, waar eene keuringscommissie gevestigd is, onderweg eene andere dergelijke plaats aandoet, dan kan de keuring op de plaats van bestemming geschieden.

(4) Voor de in dit artikel bedoelde nadere keuringen is niet verschuldigd de vergoeding, bedoeld in artikel 18.

ART. 25. (1) Bestaat bij de keuringscommissie twijfel omtrent de genoegzame stabiliteit van het ledige schip, dan geeft zij geen certificaat af, ook ai voldoet het schip aan de in artikel 12 gestelde eischen, maar brengt zij, indien dit door belanghebbenden wordt gewenscht, een gemotiveerd rapport uit over hare bevinding, vergezeld van de bescheiden, die omtrent de stabiliteit van het schip aanwezig mochten zijn, aan het Hoofd van plaatselijk bestuur, dat deze stukken zendt aan den chef van het Departement der Marine, die aan een ingenieur voor het vak van scheepsbouw opdraagt de zaak te onderzoeken.

(2) De kosten van dit onderzoek komen ten laste van den Lande, indien de stabiliteit van het schip voldoende wordt bevonden en ten laste van den reeder, indien dit niet het geval mocht zijn.

Sluiten