Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 29. De artikelen 12 t/m 28 zijn niet van toepassing op:

a. schepen, die voorzien zijn van een nog geldig certificaat A voor pelgrimsvervoer of van een in Nederland van wege het Departement van Koloniën afgegeven gelijksoortig certificaat, dat niet ouder is dan een jaar, of van een certificaat, afgegeven door den Consul te Djeddah;

b. schepen, die gebezigd worden voor de uitvoering van eene overeenkomst met het Nederlandsche Gouvernement tot geregelden overvoer van passagiers, of die buiten zoodanige overeenkomst varende voorzien zijn van een certificaat, waaruit blijkt, dat zij vóór hun laatste vertrek uit Nederland aldaar van wege het Departement van Koloniën zijn onderzocht en geschikt en zeewaardig zijn bevonden voor het vervoer van passagiers;

c. Nederlandsche en vreemde schepen, die een contract hebben met hun Gouvernement tot het geregeld vervoer van den brievenpost, hetzij deze bestemd is voor NederlandschIndië of elders;

d. Nederlandsche schepen of schepen, in andere landen of Koloniën thuis behoorende, die blijkens een geldig certificaat, ter beoordeeling van den betrokken havenmeester of in hooger beroep van den chef van het Departement der Marine, voldaan hebben aan de bepalingen van eene soortgelijke verordening als deze stoomvaartordonnantie, door de Regeering van het land of van de Kolonie uitgevaardigd.

Bijzondere voorschriften voor schepen, die een groot aantal inlandsche dekpassagiers overvoeren naar havens, buiten Nederlandsch-lndië gelegen.

ART. 30. (1) 1) Schepen, welke meer dan 100 inlandsche dekpassagiers, geheel of gedeeltelijk, in eene Nederlandsch-Indische haven hebben aan boord genomen, ten overvoer naar eene haven buiten Nederlandsch-lndië, mogen de reis naar die buitenlandsche haven niet aanvangen uit eene Nederlandsch-Indische haven, waar geen beroepshavenmeester gevestigd is.

(2) De in de vorige alinea bedoelde passagiers hebben recht op verblijf tusschendeks.

ART. 31. (1) De reeders of hunne agenten of de gezagvoerders van zulke schepen moeten minstens twee dagen vóór het vertrek den havenmeester, ter plaatse van waar het schip naar het buitenland vertrekt, kennis geven van het aantal daarmede over

1). Zooals dit artikel is gewijzigd bij Stbl, 1906 No. 262.

Sluiten