Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 8. Elk pelgrimsschip moet de volgende artikelen aan boord hebben:

a. een ontsmettingsoven, voldoende aan de eischen, welke aan een goed ingerichten ontsmettingsoven gesteld kunnen worden ;

b. een distilleertoestel van voldoende capaciteit, om voor alle over te voeren personen en de bemanning dagelijks minstens 5 Liter water per hoofd en per dag te kunnen leveren;

c. een voldoend aantal ketels voor drinkwater, zoodanig gesloten, dat de verstrekking van het water slechts kan plaats hebben door middel van pompen of kranen; de ketels mogen niet nabij de latrines geplaatst zijn;

d. een volledig stel zonnetenten en zes koelzeilen ,

e. door water onuitbluschbare lichten, voor dadelijk gebruik gereed, benevens bij elke couchette of kooi in de hutten van passagiers en scheepsofficieren en in elke vaste kooi van de bemanning een zwemvest of zwemgordel van voldoend drijfvermogen.

ART. 9. (1) Elk pelgrimsschip, dat uit eene haven in Nederlandsch-Indië wenscht te vertrekken naar eene buiten Nederlandsch-Indië gelegen plaats, moet behalve hetgeen voor de bemanning en voor passagiers der hoogere klassen aan boord wordt genomen, voor de passagiers der laagste klasse voorzien van ;

a. een voorraad levensmiddelen en drinkwater, berekend volgens de aan deze ordonnantie gehechte bijlage B ; de levensmiddelen moeten van goede kwaliteit zijn en behoorlijk zijn geborgen; het drinkwater moet zuiver zijn en van een oorsprong, beveiligd tegen alle verontreiniging ,

b. een voorraad ziekenkost, berekend naar de aan deze ordonnantie gehechte bijlage C;

c. een voorraad geneesmiddelen, verbandstoffen enz. benevens

ontsmettingsmiddelen en instrumenten, berekend volgens de aan deze ordonnantie gehechte bijlage D;

d. brandstof ten behoeve van de kombuizen, voldoende voor de reis, benevens voldoende eet- en kookgereedschappen, maten, weegschalen, gewichten, gereedschappen en artikelen, benoodigd tot het schoonhouden der passagiers-verblijven en van het schip enz.; een en ander ter beoordeeling der commissie, bedoeld in art. 16.

(2) Bij de berekening van de in dit artikel bedoelde voorraden, neemt de commissie in aanmerking mogelijke verlenging van den duur der reis, tengevolge van eventueele quarantaine en averij aan de machine.

Sluiten