Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 9a (1) De commandant der zeemacht en chef van het Departement van Marine is bevoegd vrijstelling te verleenen van een of meer der in de art. 6 tot en m?t 9 gestelde eischen, indien een schip, ofschoon niet naar de letter aan die eischen voldoende, toch geacht kan worden geschikt te zijn voor het vervoer van pelgrims; met dien verstande evenwel, dat door zoodanige vrijstelling niet mag worden te kort gedaan aan de bedoeling der imperatieve voorschriften van de bij de Wet van 6 Juni 1898 (Ind. Stbl. no. 287) goedgekeurde internationale sanitaire overeenkomst.

(2) Met vrijstelling, krachtens het vorig lid verleend, wordt geacht stilzwijgend rekening te zijn gehouden, overal waar volgens de verdere voorschriften dezer verordening moet zijn voldaan aan de in de art. 6 tot en met 9 gestelde eischen. 1)

ART. 10. (1) Op een pelgrimsschip mag geene lading aan boord zijn of worden ingenomen, welke door hare hoedanigheid- of wijze van stuwing de gezondheid of veiligheid der passagiers kan benadeelen.

(2) Elk pelgrimsschip moet goed schoon zijn en zoo noodig zijn ontsmet.

(3) Op het bovendek mag geene lading zijn, hinderlijk voor de passagiers.

III. Bemanning.

ART. 11. (1) Op ieder pelgrimsschip moeten aanwezig zijn :

a. een gezagvoerder;

één eerste, één tweede en één derde stuurman ; één eerste, één tweede en één derde machinist;

b. een geneesheer en, wanneer het aantal passagiers meer dan 1000 bedraagt, twee geneesheeren ; in het laatste geval is alles, wat in deze ordonnantie omtrent den scheepsgeneesheer bepaald wordt, toepasselijk op de beide geneesheeren van het schip.

(2) De verdere bemanning moet samengesteld zijn naar de eischen, die het charter van het schip, de soort en grootte der werktuigen en de reisroute stellen.

ART. 12. (1) De gezagvoerders, de eerste en tweede stuurlieden en de eerste en tweede machinisten moeten voldoen aan de eischen, gesteld voor de betrekking en den rang, waarin zij geplaatst zijn ; daarvoor geldt het bepaalde bij artikel 2, sub A, van het besluit van 22 December 1894 No. 18 (Staatsblad No. 279).

1) Nieuw art. 9a cfm, Stbl. 190$ n<?. 236,

Sluiten