Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daartegen tijdig, d. i. vóórdat tot de ontsmetting of vernietiging wordt overgegaan, bij den in de voorgaande alinea's vermelden geneesheer bezwaar inbrengt; in dat geval mogen de betrokken voorwerpen of goederen niet worden ingescheept.

(5) De scheepsgeneesheer moet den in dit artikel bedoelden geneesheer behuipzaam zijn bij de ingevolge de alinea s 1 en 3 te verrichten werkzaamheden.

ART. 34. (1) De gezagvoerder, reeder of agent van het pelgrimsschip geeft, onder toezending van eene lijst van de te embarkeeren passagiers, vermeldende den naam en het geslacht dier personen, minstens 24 uur van te voren aan den havenmeester van de in art. 33, alinea 1, bedoelde havs"> kennis van den dag, voor de inscheping der passagiers bepaald; de havenmeester stelt, in overleg met den geneesheer, bedoeld in alinea 1 van art. 33, het uur van inscheping vast en geeft daarvan ten spoedigste kennis aan den gezagvoerder, reeder of agent van het schip.

(2) De havenmeester is tegenwoordig bij het in alinea 1 van art. 33 bedoeld geneeskundig onderzoek; hij ziet toe dat geene personen, die niet op de in het vorig lid bedoelde lijst voorkomen, geneeskundig worden onderzocht; hij teekent op die lijst aan welke personen onderzocht zijn en den uitslag van het onderzoek.

(3) Het geneeskundig onderzoek, de ontsmetting en de inscheping geschieden op de daartoe door het Hoofd van gewestelijk bestuur aangewezen plaatsen.

(4) De inscheping van de passagiers en hunne goederen geschiedt onder leiding en toezicht van den havenmeester, op kosten der passagiers, zoo spoedig mogelijk nadat het geneeskundig onderzoek en, zoo noodig, de ontsmetting hebben plaats gehad.

(5) De havenmeester neemt afdoende maatregelen ten einde te beletten dat passagiers, voorwerpen of goederen worden ingescheept, in strijd met artikel 33.

ART. 35. Indien in eene pelgrimshaven gevallen van cholera of pest voorkomen, mag een pelgrimsschip uit die haven eerst naar eene buiten Nederlandsch-Indië gelegen plaats vertrekken, wanneer na de inscheping der passagiers gedurende 120 achtereenvolgende uren zich onder hen geene gevallen van cholera of pest hebben voorgedaan, met dien verstande dat voor passagiers, die over zee naar de pelgrimshaven gekomen zijn, genoemde termijn wordt gerekend te zijn aangevangen met hunne eerste inscheping.

Sluiten