Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Indien een pelgrimsschip in eene haven of op eene reede of ankerplaats aankomt, in strijd met het bepaalde bij het vorig lid, mag het geen gemeenschap met den wal of met andere vaartuigen hebben, tenzij het is binnengeloopen uit hoofde van deugdelijk te bewijzen noodzakelijkheid, in welk geval geen andere gemeenschap met den wal of met andere vaartuigen mag plaats vinden, dan in verband met die noodzakelijkheid strikt wordt gevorderd.

(3) Het in de vorige alinea bedoeld schip moet vertrekken zoodra daartoe door den havenmeester of de hoogste plaatselijke autoriteit last wordt gegeven.

ART. 61. (1) In de eerste pelgrimshaven, waar een schip, als bedoeld in het vorig artikel, aankomt, mogen geen passagiers of passagiersgoederen ontscheept en ook geen lading gelost worden, vóórdat de vergunning is verkregen, bedoeld in art. 63 alinea 3 of art. 65 alinea 4, dan wel de last is ontvangen, vermeld in art. 62, alinea 2.

(2) Zoo spoedig mogelijk na de aankomst van het schip begeeft de havenmeester zich naar boord.

(3) De gezagvoerder overhandigt hem :

a. de certificaten A en B of soortgelijke certificaten als door de bevoegde autoriteit van het land van herkomst of de plaats van vertrek van het schip, ten behoeve van hetzelve mochten zijn afgegeven ;

b. het scheepsjournaal ;

c. de passagierslijst;

d. den gezondheidspas;

e. het dagboek van den scheepsgeneesheer;

ƒ. de bescheiden, waaruit blijkt de bevoegdheid van den scheepsgeneesheer om op een pelgrimsschip te varen. Art. 62 t/m 69, enz.

XV. Strafbepalingen.

Art. 70. De gezagvoerder van een pelgrimsschip, die

a. meer passagiers aan boord heeft of gehad heeft dan met dat schip tegelijkertijd mogen worden vervoerd, wordt gestraft met -eene boete van vijfentwintig gulden voor iederen passagier, die boven het toegestaan maximum aan boord is of geweest is ;

Sluiten