Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. passagiers, zonder hunne uitdrukkelijke toestemming, heeft aan den wal gezet op eene andere plaats dan met hen is overeengekomen, wordt, tenzij dit geschied is uit hoofde van deugdelijk bewezen noodzakelijkheid, gestraft met eene boete van twee honderd en twintig gulden voor eiken passagier, ten wiens opzichte de overtreding begaan is ;

c. andere havens of plaatsen op de reis heeft aangèdaan dan die, waarvoor met de passagiers is overeengekomen, tenzij daartoe door zeegevaar of uit hoofde van andere omstandigheden gedwongen, wordt gestraft met eene boete van één honderd en tien tot vijf honderd en vijftig gulden.

ART. 71. De gezagvoerder, die pelgrims heeft overgevoerd van of naar Nederlandsch-Indië, met een schip, dat daartoe niet, krachtens de bepalingen dezer ordonnantie, gerechtigd is, wordt gestraft met eene boete van één honderd en tien tof elf honderd gulden.

ART. 72. De gezagvoerder van een pelgrimsschip, die

a. de reis van eene plaats in Nederlandsch-Indië aanvaardt naar eene buiten Nederlandsch-Indië gelegen plaats, zonder behoorlijk te zijn uitgeklaard, wordt gestraft met eene boete van één honderd en tien gulden voor iederen passagier, die aan boord is;

b. inscheping toelaat van passagiers, in strijd met art. 3-3, alinea 1, wordt gestraft met eene boete van één honderd en tien gulden voor iederen aldus ingescheepten passagier;

c. toelaat dat passagiers worden ingescheept, in strijd met art. 33, alinea 2, wordt gestraft met eene boete van twee honderd en twintig tot vijf honderd en vijftig gulden voor iederen aldus ingescheepten passagier;

d. toelaat dat goederen worden aan boord genomen, in strijd met art. 33, alinea 3 of 4, wordt gestraft met eene boete van twee honderd en twintig tot elf honderd gulden;

e. ontscheping van passagiers toelaat in strijd met art. 60, alinea 2, of art. 61, alinea 1, wordt gestraft met eene boete van een honderd en tien gulden voor iederen aldus ontscheepten passagier.

ART. 73. (1) Het niet inleveren van de certificaten A en

B., in de gevallen en binnen de termijnen, aar gegeven in

art. 27, alinea's 4 en 5, zoomede in art. 3Q, alinea 1, wordt

gestraft met eene boete van een honderd tot een duizend gulden.

Sluiten