Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitenzorg, 24 Januari 1896.

Circulaire.

No. 194.

Het is den Gouverneur-Generaal gebleken dat de bij het besluit van 11 October 1867 No. 36 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië No. 2060) aan artikel 3 der ordonnantie van 21 Juli 1863 (Staatsblad No. 83) gegeven uitlegging, volgens welke de met inlanders gelijkgestelde personen en de inlanders, die niet op Java en Madoera thuis behooren, alleen dan een reispas behoeven, wanneer zij zich begeven buiten de afdeeling, binnen welke zij gevestigd zijn, in hare toepassing meermalen de gewenschte controle op de gangen van die personen buiten hunne woonplaatsen belemmert.

Naar aanleiding daarvan heb ik de eer, op last van zijne Excellentie, UHEdG. mede te deelen, dat het aangehaald besluit van 11 October 1867 No. 36 alleen het daarbij behandeld bijzonder geval betrof en geenszins een algemeenen regel stelt ten aanzien der wijze van toepassing van voormeld artikel 3 der ordonnantie in Staatsblad 1863 No. 83, welke bij het groote verschil in toestanden aan het oordeel en het beleid van de Hoofden van gewestelijk bestuur moet overgelaten blijven.

De 1ste Gouvernements Secretaris, (w. g.) NEDERBURGH.

Aan

Den Resident van Pekalongan.

I.

Pekalongan, 8 November 1904.

No. 140/10.

Aan

Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal, enz.

Gelijk het UExc. bekend zal zijn, is het op Java en Madoera de gewoonte om, voorzoover het reizen betreft buiten het gewest van inwoning, aan Vreemde Oosterlingen alleen passen af te geven naar plaatsen, waar wijken voor hunne rasgenooten zijn toegestaan. Willen zij dan in dat vreemde gewest naar andere plaatsen gaan, dan kunnen zij, bij aldien daartegen geene bezwaren zijn, aldae.r een nieuwen pas bekomen,

Sluiten