Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalingen, zijn niet toepasselijk op de door de Regeering aangestelde Hoofden van vreemde oosterlingen, zoowel zij, die in werkeiijken dienst zijn, als zij, die met een titulairen rang bekleed zijn ; op hen, die als chineesche of inlandsche leden aan de Weeskamer te Batavia, dan wel aan een der Wees- en Boedelkamers in Nederlandsch-Indië zijn verbonden; op de eervol uit 's Lands dienst ontslagen, dan wel eervol van hunne functiën ontheven titularissen als bovenbedoeld ; alsmede op vreemde oosterlingen, leden of gewezen leden zijnde van een localen raad, met uitzondering van hen, die van hun lidmaatschap werden ontheven ingevolge het bepaalde bij de 4e alinea, sub. d, e en ƒ van artikel 7 van het Decentralisatie besluit (Staatsblad 1905 No. 131).

No. 80. BEDEVAARTGANGERS. Bepalingen ten aanzien van hen, die zich ter bedevaart naar Mekka wenschen te begeven uit Ned.-Indië. 1)

Staatsblad 1902 No. 318, zooals het is gewijzigd bij Stbl. 1903 No. 296 en 1905 No. 289.

ART. 1. Personen, behoorende tot de inheemsche bevolking onder het gezag der Nederlandsch-Indische Regeering, die zich ter bedevaart naar Mekka wenschen te begeven, zijn gehouden zich bij het Hoofd van plaatselijk bestuur, onder wien de plaats hunner inwoning ressorteert, te voorzien van een reispas volgens een door den Gouverneur-Generaal vastgesteld model.

ART. 2. Vóór de afgifte der passen overtuigt zich het Hoofd van plaatselijk bestuur op de meest eenvoudige wijze door tusschenkomst van de inlandsche hoofden, dat er tegen het verlaten van hunne woonplaatsen door de aanvragers der passen geene bezwaren bestaan.

ART. 3. De houder van een pas naar Mekka is verplicht dien bij vertrek uit Nederlandsch-Indië door den havenmeester te laten viseeren en hem vervolgens bij zijne aankomst uit Nederlandsch-Indië te Djeddah in bewaring te geven aan den consul der Nederlanden aldaar, die hem daarvoor in de plaats geeft een verblijfpas voor den duur der bedevaart.

Deze verblijfpas moet bij terugkeer te Djeddah worden ingewisseld tegen den in bewaring gegeven reispas, welke door den consul van zijn visum wordt voorzien.

1) De bepalingen cp het vervoer der pelgrims vindt men onder No. 75.

Sluiten