Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiet de eerste gelegenheid, door tusschenkomst van het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur, ingezonden aan den Directeur van Financiën, behoudens de gevallen, voorzien bij de artikelen 6 en 14, laatste zinsneden, en art. 7, tweede zinsnede.

Wanneer het schip buiten Nederlandsch-Indië verongelukt, wordt gesloopt of verkocht, geschiedt die inzending met de eerste gelegenheid aan den Gouverneur-Generaal, door tusschenkomst van onzen Minister van Koloniën, van den naastbijzijnden Nederlandschen gezant, consul, vice-consul, consulairen gezant of Nederlandschen kolonialen ambtenaar.

De oorzaak van het vervallen van den zeebrief wordt bij de inzending opgegeven.

Voor den ingezonden zeebrief wordt den schipper eerr bewijs van ontvangst uitgereikt.

Art. 13. t/m 15 enz. 1)

art. 16. De Hoofden van gewestelijk bestuur en de door den Gouverneur-Generaal aangewezen Hoofden van plaatselijk bestuur zijn bevoegd om, wanneer de stukken, volgens dit besluit gevorderd ter bekoming van zeebrieven, bij de daartoe aan hen ingediende verzoekschriften in orde zijn overgelegd, hangende de beslissing daarop van den Gouverneur-Generaal, ten behoeve van de schepen, voor welke aanvragen om zeebrieven worden gedaan, af te geven certificaten voor bepaalde reizen naar eene of meer havens binnen Nederlandsch-Indië.

Een certificaat, afgegeven voor eene reis binnen Ned.-Indië, is slechts geldig tot de haven van laatste bestemming. Een certificaat, afgegeven voor eene buiten Ned.-Indië eindigende reis, is geldig ook voor de terugreis naar eene haven binnen Ned.Indië. Ter plaatse waar een certificaat ophoudt geldig te zijn, moet het worden ingeleverd aan het Hoofd van gewestelijk of van plaatselijk bestuur, door wien het echter, zoolang de aangevraagde zeebrief niet verkregen is, vervangen kan worden door een certificaat voor eene nieuwe reis naar eene of meer havens binnen of buiten Ned.-Indië.

Zonder noodzakelijkheid mogen geene andere havens worden aangedaan, dan de in de certificaten vermelde. 2.)

ART. 17. Alvorens van eenigen zeebrief gebruik wordt gemaakt, moet de schipper daarop zijne gewone onderteekening stellen in tegenwoordigheid van- en die doen bekrachtigen door

1) Art. 13 is gewijzigd bij Stbl. 1876 No. 195; art. 14 bij Stbl. 1902 No. 132.

2) Art. 16 „ „ „ 1892 No. 121 en 1903 no. 424.

Sluiten