Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den havenmeester ter ligplaats van het schip, of wel, wannéér dit laatste zich buiten Nederlandsch-Indië bevindt, in Nederland door den eerst aanwezenden ambtenaar der in- en uitgaande rechten, en elders door den naastbijzijnden consul, vice-consul, consulairen agent of kolonialen Nederlandschen ambtenaar.

Gelijke onderteekening moet worden gesteld op de certificaten, uit te reiken volgens art. 16, en wel in tegenwoordigheid van en met bekrachtiging door de autoriteit, door wie ze worden afgegeven.

De onderteekening van den schipper op den zeebrief of het certificaat kan door de ambtenaren, belast met de in- of uitklaring, consuls, vice-consuls en consulaire agenten, bedoeld in de artikelen 6 en 7, worden geverifieerd, wanneer zij dit noodig achten.

Het bovenstaande is mede van toepassing bij tijdelijke of definitieve vervanging van den schipper, waarvan door zijn opvolger of door een der personen, aangewezen bij art. 9, 2e zinsnede, mededeeling moet worden gedaan aan den betrokken ambtenaar, consul, vice-consul of consulairen agent ter plaatse, waar die verandering geschiedt, of waar het schip na die verandering het eerst binnenkomt.

In buitengewone gevallen, waarin dit mocht noodig zijn, kunnen uitzonderingen op de bepalingen van dit artikel worden toegestaan door den Gouverneur-Generaal, of bij de certificaten, bedoeld in art. 16, door de autoriteit, die ze uitreikt.

ART. 18. De naam van het schip en die der plaats, waar het te huis behoort, moeten door de zorg van den schipper met duidelijke, goed zichtbare letters op het achterschip worden vermeld.

Van de jaarpassen.

ART. 19. De jaarpas vermeldt:

a. den naam van het vaartuig ;

b. den inhoud, waarop het volgens de bestaande bepalingen is gemeten ;

c. de soort en andere voornaamste kenmerken van het vaartuig;

d. den naam van den schipper.

ART. 20. De jaarpassen worden verleend van wege den Gouverneur-Generaal door de Hoofden van gewestelijk en plaatselijk bestuur en andere daartoe door den Gouverneur-Generaal aan te wijzen ambtenaren van het Binnenlandsch-bestuur. 1)

Art. 21. en 22 enz. 2)

1) Zooals art. 20 luidt cfm. Stbl. 1902 No 132. Bij Stbl. 1902 No. 165 en 214 zijn respectievelijk de Controleur van Kangéan (Madoera) en van Besoeki aangewezen, die jaarpassen mogen verleenen.

2) Art. 2L is gewijzigd bij Stbl. 1888 No. 109, 1892 No. 121 en 1904 no. 503 en art. 22 bij Stbl. 1904 no. 503.

Sluiten