Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 46 1). Maatregelen bij onvoldoende rookverbranding of ontsnapping van hinderlijke dampen of gassen.

Indien, naar het oordeel van den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, dan wel van een Localen Raad, of, waar deze niet bestaat, van een Hoofd van gewestelijk bestuur, in bewoonde buurten te veel last wordt ondervonden van uit de locomotieven of motorwagens ontsnappenden rook of andere hinderlijke dampen of gassen, schrijft genoemde Departementschef de maatregelen voor, die naar zijn oordeel tot opheffing van dit bezwaar moeten worden genomen. Wordt aan deze maatregelen binnen den daartoe, eveneens door dien Departementschef, gestelden termijn geen volledige uitvoering gegeven, te zijner beoordeeling, dan is hij bevoegd het gebruik dier locomotieven of motorwagens geheel of tijdelijk en c q. plaatselijk te verbieden.

ART. 47 t/m. 56 enz.

ART. 57 Machinisten.

Niemand wordt als machinist met het bestuur van een locomotief of motorwagen belast dan die door proefritten en door een ondergaan onderzoek voldoende bewijzen van bekwaamheid en van bekendheid met de voorschriften voor zijn dienst heeft gegeven.

Van het met goeden uitslag ondergaan onderzoek wordt hem door de bestuurders van den tramwegdienst eene verklaring afgegeven. Deze verklaring strekt den machinist als bewijs van bekwaamheid.

Aan den machinist of drijver van een motorwagen worden gedurende den rit geene andere werkzaamheden opgedragen dan de besturing van den motorwagen en de behandelingvan den motor.

Hij mag zijne standplaats nabij de middelen, dienende om de motorwagens in gang en tot stilstand te brengen of om hunne snelheid te wijzigen, gedurende den rit niet verlaten.

Behalve wanneer een trein gestuwd wordt, moet de machinist of drijver van een motorwagen gedurende den rit steeds het onbelemmerd uitzicht hebben op den te berijden tramweg.

Art. 58. Aanwijzingen voor het publiek binnen de rijtuigen.

In de rijtuigen wordt van binnen aangegeven het volgnummer van het rijtuig en het aantal personen, dat daarin zittende en staande op de bordessen als anderszins kan plaats nemen.

Art. 59. 2) Snelheid van het vervoer.

Het vervoer over den tramweg mag zonder bijzondere vergunning van den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken met geene grootere snelheid dan van 25 K M. per uur geschieden.

1) Art. 35 is gewijzigd bij Stbl. 1907 No. 446; art. 43 bij Stbl. 1907 No. 292; art. 46 bij Stbl. 1907 No. 446 en de art. 38a t.m. 52 zijn geheel vervangen door nieuwe art. 39 t.m. 52 bij Stbl. 1909 No. 190, waarbij tevens art. 56 is gewijzigd.

2) Zooals dit artikel is gewijzigd bij Stbl. 190/ No. 446.

Sluiten