Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Hoofd van gewestelijk bestuur is bevoegd de opruiming van een zonder vergunning buiten de begraafplaats aangelegd graf en de overbrenging van het lijk naar de algemeene begraafplaats te gelasten, en zoo aan dien last niet voldaan wordt, dit ten kost-3 van den overtreder te doen bewerkstelligen, (zie art. VII.)

IV. 1).

De Hoofden van gewestelijk en van plaatselijk bestuur zijn bevoegd in enkele gevallen van overwegenden aard, vergunning te verleenen tot het begraven elders, dan op de vermelde begraafplaatsen, (zie art. VII.)

V.

De reglementen op het begraven van lijken en wat daarmede in verband staat, worden door de Hoofden van gewestelijk bestuur vastgesteld, (zie art VII.)

VI. 2)

Elk lijk wordt, behoudens de hieronder uitgezonderde gevallen, ongeschonden ter aarde besteld.

Zoo de niet gescheiden echtgenoot of bij ontstentenis of niet aanwezigheid van den echtgenoot, de naaste ter plaatse van het sterfgeval aanwezige meerderjarige bloed- of aanverwanten tot den derden graad ingesl 5ten en, ook dezen niet tegenwoordig zijnde, de aanwezige meerderjarige erfgenamen, of diegenen, die anderszins voor de begrafenis te zorgen hebben, verlangen of vergunnen, dat een lijk niet begraven, maar ontleed of bewaard worde, of zoo de overledene dergelijke beschikking over zijn lijk bij uitersten wil of bij eene akte, zooals omschreven is in art. 935 van het Burgerlijk Wetboek, heeft bevolen, kan dit met verlof van het Hoofd van plaatselijk bestuur geschieden, (zie art VII.)

Voor lijk-opening of gedeeltelijke ontleding, door of onder toezicht van een geneeskundige, waardoor de begraving binnen den bij de bestaande verordeningen bepaalden termijn niet wordt verhinderd, is het verlof van het Hoofd van plaatselijk bestuur niet noodig (zie art. VII.)

Voor onderzoek van lijken op rechterlijk gezag wordt noch dat verlof, noch de toestemming der personen, in het tweede lid van dit art. genoemd, vereischt.

1) Zie ook art. 18 Stbl. 1892 No. 45 onder No. 90 hier achter.

2) Nieuw art. VI toegevoegd bij Stbl. 1871 No. 91.

Sluiten