Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Het Hoofd van plaatselijk bestuur—gehoord, indien aanwezig, de geneeskundige autoriteit-beslist omtrent de besmetverklaring en geeft daarvan onmiddellijk, zoo mogelijk per draad, kennis aan den Directeur van Ondeiwijs, Eeredienst en Nijverheid en het Hoofd van gewestelijk bestuur.

(3) De Directeur voornoemd doet met den meesten spoed in de Javasche Courant publiceeien, dat de plaats, overeenkomstig het bepaalde bij de ordonnantie, besmet is verklaard, en doet daarvan tevens mededeeling aan den Chef van den qeneeskundigen dienst. Het Hcofd vsn gewestelijk bestuur gee t van de besmetverklaring kennis aan dtn gewestelijk eerstaanwezenden officier van gezondheid.

(4) Indien het Hoofd van plaatselijk bestuur — gehoord, indien aanwezig, de geneeskundige autoriteit— vermeent, dat qeen besmetting meer bestaat, heft hij de besmetverklaring op, waarna deze beslissing op dezelfde wijze wordt bekend gemaakt en medegedeeld, als in de voorgaande twee alinea's is voorgeschreven.

(5) Het Hoofd van plaatselijk bestuur geeft van eene besmetverklaring en van de opheffing daarvan ook, zoo mogelijk per draad, kennis aan de bestuurshoofden der zeeplaatsen welke vermoedelijk spoedig door een schip uit de besmette o besmet geweest zijnde plaats zullen worden bezocht.

(6) De Gouverneur-Generaal verklaart welke landstreken en zeeplaatsen buiten Nederlandsch-Indië besmet worden beschouwd, en trekt deze verklaring in zoodra de ziekte, die daartoe aanleiding gaf, als geweken is te beschouwen. Deze verklaring en de intrekking daarvan worden van wege den Gouverneur-Generaal met den meesten spoed in de Javasche Courant bekend gemaakt

HOOFDSTUK III.

Van de gezondheidspassen.

ART. 3. (1) Aan gezagvoerders van schepen, uit eene Nederlandsch-Indische zeeplaats over zee naar eene andere plaats vertrekkende, behoort de havenmeester uit te reiken een onzuiveren gezondheidspas, zoo de plaats van vertrek besmet is verklaard, dan wel eene besmettelijke ziekte aan boord van het schip voorkomt of het schip tengevolge van een dergelijk ziektegeval bij vertrek nog in staat van besmetting verkeert.

(2) Op het gemis van een pas kan geen beroep worden gedaan, wanneer de gezagvoerder, desbewust, het bepaalde bij art. 9 overtreedt.

Sluiten